Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 22.

Mijn beendren ztln in my vaneengescheiden.

O doodlflk uur! Wat hitte doet mij branden!

Mijn hart is week, en smelt in de ingewanden,

Als was voor 'tvuur.

2. PAUZE

Mijn kracht is, als een scherf, van sap beroofd; Mün tong kleeft in mijn mond van dorst gekloofd; Gij zult eerlang mi], door den dood, het hoofd In 't stof doen bukken:

Want van rondom zie 'k honden samenrukkon. Een muitgospan hoeft mij tor prooi vorkoren,

Mijn handen en mijn voeton doen doorboron,

Zoo fel het kan.

9. Mijn beandren kan ik tollen één voor één;

Hun boos gezicht beschouwt dit, wol to vreèn! Ze ontzien zich niet, om met mijn togenhoèn

Hun geest to stroeion,

En onder zich mijn kleedren te verdoelen.

Verhard in 't kwaad, kan hun geen spel verdrieten; Zij werpen 't lot, wat ieder zal genieten Van mijn gewaad.

10.Maar Gij, o Heer! tot, wion mijn ziol zich keert, Sta niet van vei, mijn God, die 'tal regeert!

Ai! haast U toch ter hulp; ik word vertoerd

Door al de ellonden!

Red mflne ziel van 't zwaard dier booze benden, Die schrikkelijk woèn; ai! red haar uit hun handen,

Daar zo eenzaam ducht 't geweld des honds, wiens tanden Haar siddren doen.

11. Verlos mij van den leeuw, die woedt on tiert;

Verhoor mij, Heer! en red mij van 'tgediort', Dat, sterk van hoorn, rondom mij henen zwiert;

Mij staat naar 'tleven;

Dan wordt Uw naam door mij met roem verheven •

'k Zal Uwen lof mijn broederen vertellen;

'k Heb, in Uw huis, bij al mijn metgezellen, Dan prijzensstof.

3. PAUZE.

12. Gij, die God vroest, gij allen prijst den Heeh; Dat Jakobs zaad Zijn grooten naam vereer';

Ontzie Hem toch, o Israël! en leer

Vertrouwend wachten.

Wie mij veracht, God wou mij niet verachten,

Noch oog noch oor van mijn verdrukking wenden;

Maar heeft verhoord, wanneer ik uit de ellenden Riep naar omhoog.

Sluiten