Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 22, 23.

13. Ik loof eerlang U in een groote schaar,

En, wat ik U beloofde in 't heetst gevaar,

Betaal ik, op het heilig dankaltaar,

Bij die TJ vreezen.

't Zachtmoedig volk zal rijk verzadigd wezen, Ten disch geleid. Wie God zoekt, zal Hem prijzen. Zoo leef uw hart, door 's hemels gunstbewijzen, In eeuwigheid!

14. Eerlang gedenkt hieraan het wereldrond,

Haast wendt het zich tot God met hart en mond En, waar men ooit de wildste volken vond, Zal God ontvangen Aanbidding, eer en dankbre lofgezangen;

Want Hij regeert, en zal Zijn almacht, toonen; Hij heerscht, zoo ver de blindste heidnen wonen, Tot Hem bekeerd.

15. Wie vet is eet, en knielt voor Isrels Heer; Wie 'tstof bewoont, bukt mede voor Hem neêr; En wie zijn ziel bij 't leven nu niet meer

Heeft kunnen houden.

Het vrome zaad van die op God betrouwden Zal, door Zijn kracht, Hom dienen, voor Hem leven; Het zal den Heek eens worden aangeschreven, In 't nageslacht.

16. Zij komen aan, door godlijk licht geleid,

Om 't nakroost, dat den Heer wordt toeberoid, Te melden 't heil van Zijn gerechtigheid En groote daden.

1 = f. PSALM 23.

2*22 6*6*1 232 **2* 4*3*

De God des hêils wil mij ten her-der we - zen; 'klleb geen

2*1* 6*1 2 3 2 * *2 * 6*6 6 2 *

ge-brek, 'k heb geen ge-vaar te vree-zen. Hij zal mjj zacht,

5*5 4321*6*2 2 1 2*1*21

in lie - fe - lij - ke wei- den, Aan de oe-vers van zeer stil- le

2 3 4*3* 4*3 2 1*6*1 1 2

waat'ren lei-den. Hij sterkt mijn ziel, richt, om Zijn naam.

1 7*6* 6*5 4 3 * 1** 2 4 5 4 3*2*

mij atre-de'n In 't ef-fen spoor van Zijn ge-rech-tig-he • den.

2*

Sluiten