Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 25.

HU zal leiden 't zacht gemoed In het elfen recht des Heeren :

Wie Hem needrig valt te voet, Zal van Hem Zijn wegen leeren.

PAUZE.

6. Loutre goedheid, liefdekoorden,

Waarheid, zijn des Heeren paan Hun, die Zijn verhond en woorden Als hun schatten gadeslaan. Wil mij, Uwen naam ter eer, Al mijn euveldaan vergeven;

Ik heb tegen U, o Heer !

Zwaar en menigmaal misdreven

6. Wie heeft lust den Heer te vreezen,

't Allerhoogst en eeuwig goed? God zal zelf zijn leidsman wezen; Leeren hoe hij wandlen moet; 't Goed dat nimmermeer vergaat, Zal hij ongestoord verwerven,

En z^n godgeheiligd zaad Zal 't gezegend aardrijk erven.

7. Gods verborgen omgang vinden

Zielen, daar Zijn vrees in woont; 't Heil geheim wordt aan Zijn vrinden, Naar Zijn vreêverbond, getoond. De oogen houdt mijn stil gemoed Opwaarts, om op God te letten;

Hij, die trouw is, zal mijn voet Voeren uit der boozen netten.

8. Zie op m;j in gunst van boven;

Wees mij toch genadig, Heer : Eenzaam ben ik en verschoven,

Ja, de ellende drukt mij neer. 'k Roep U aan in angst en smart; Duizend zorgen, duizend dooden

Kwellen mijn angstvallig hart: Voer mij uit mijn angst en nooden. '

9. Sla op mijn ellenden de oogen;

Zie mijn moeite, mijn verdriet; Neem mijn zonden, uit meêdoogen, Gunstig weg, gedenk die niet, Zie mijn haters, daar 't getal Vast vermeêit van die mij vloeken,

En die rusteloos mijn val,

Heet en wrevelmoedig, zoeken.

Sluiten