Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 59.

Schoon ik geen misdaad heb bedreven, Die stof tot wraakzucht konde geven.

Waak op, ontmoet mij, en beschouw, Hoe kop Uw macht alleen vertrouw.

3. Ja, 't lus te U, Heer der legerscharen. Als Isrels God U te openbaren;

Ontwaak, en straf dit heidendom; Dat niemand Uwe wraak ontkom. Z« trekken, trotsch op wanbedrijven, Waardoor z\j trouwloos 'tonrecht stijven, De stad om, aan den avondstond,

En ieder tiert gelijk een hond.

4. De snoodste laster stroomt de ontaarden Ten monde uit; ja, geslepen zwaarden

Zijn op hun lippen; ieder woord Is schimp, vervloeking, wraak en moord. „YVio hoort het?" vragen ze onder 'twoeden. Maar Gy, o Schutsheer aller goeden,

Zult hen belachen, en den spot Haast drijven met al 'theidensch rot.

5. Mijn vijand roemo op zijn vermogen;

Maar ik, ik sla op Ü mijn oogen;

Ik wacht op Uwe hulp, o Heer;

Gij zijt mijn hoog vertrek, mijn eor.

'k Zal God met goedertierenheden, Mij eerlang, tegemoet zien treden,

En mij welhaast gewroken zien Aan hen, die listig mij besplên.

PAUZE.

ö. Beroof lie-n niet terstond van 't leven,

Opdat mijn volk van angst ontheven, Uw oordeel tevens niet vergeet. , Uw macht, als Gij ter vierschaar treedt, Doe elk van hen als balling zwerven, Ln, 't kwaad ten spiegol, schandlijk sterven; Ja werp, o God, mijn Schild! hen neer, 1 Als-trotsche schenders uwer eer.

7. Men neem' hen, daar hun lastermonden En valsche lippen 't hart doorwonden, Gevangen in hun hoovaardfl.

Vergeld hun vloek, hun razernij,

De logens, die z(j snood verdichten; 't, Betaamt U hen gestreng te richten.

Verteer ze in grimmigheid; Uw kracht Ve teer', erdelg' dat snood geslacht.

Sluiten