Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 60.

Tot roem van Uw geducht bestier, Hen, die U vreezen, op doen steken; Zoo is Uw waarheid ons gebleken.

3. Geef, Heer! opdat van angst en strijd 't Beminde volk moog' zijn bevrijd, Geef heil door Uwe rechterhand, En red het zuchtend vaderland. God sprak weleer in 't heiligdom,

Dies .juich ik met Uw volk alom; 'kZal Sichem deelen, Sukkoth meten; Die zullen mijn bezitting heeten.

PAUZE.

4. Nu zie ik Gilead gered,

Gehoorzaam luistren naar mijn wet; Manasse kent mij als zijn heer, En knielt eerbiedig voor mij neêr: Aan 't hoofd van mijne legermacht, Toont Efraïm zijn moed en kracht; M;jn Juda, tot die eer verkoren, Zal mijne rijkswet elk doen hooren.

5. Het trotsche Moab, overlieerd,

Strekt mij ten waschpot, diep verneêrd. Ik werp op Edom mijnen schoe. En eigen hem ten knecht mij toe; En gij, o Palestina! juich,

Juich over mij met eerbied, buig U neêr, om mij, die tot regeéren Gezalfd ben, als uw koning te eeren.

6. Wie voert mij in een vaste stad,

Daar zich mijn vijand veilig schat? Wie zal mij door een sterke hand Geleiden tot in Edoms land?

Zult Gij 'tniet zijn, geduchte God,

Die ons verstiet tot 's vijands spot;

Onze uitgetogen legermachten Vergeefs naar hulp en heil deedt wachten?

7. Geef Gij ons hulp in tegenheên;

Bij U is raad, bij U alleen, 'tls vruchtloos, waar men zich meê vleit, Want 'smenschen heil is ijdelheid. Wij zullen dappre heldendaan In God verrichten: hoe 'tmoog gaan. Hij, die van ons wordt aangebeden,

Zal onze weêrpartij vertreden.

Sluiten