Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 69, 70.

10. Hun tafel worde, o God! hun tot een strik, Een valstrik, daar zü straks in blijven hangen, En vollen loon van al hun kwaad ontvangen. >

Vervloek hun spijs; dat niets hun ziel verkwikK ; Verblind hun geest; verduister hun verstand; Verdonker hun gezicht; bewolk hun oogen;

Verbreek hun kracht door Uw getergde hand; Dat rusteloos hun lendnen wagglen mogen.

3. PAUZE.

11. Stort over hen Uw gramschap uit; vertoon Uw heeten toorn; grijp aan hen, die U haten! Dat hun paleis verwoest zij en verlaten;

D it niemand meer in hunne tenten woon !

"Want dit geslacht, dat zich in 't kwaad verheugt, Vervolgt dien G\j verwond hebt en geslagen;

Zun smart strekt hun tot tijdverdrijf on vreugd; Zij doen van praat en schimp schier alles wagen.

12. Doe misdaan toe aan al hun euveldaan;

Laat hen tot Uw gerechtigheid niet komen.

Maar delg hen uit het levensboek der vromen;

Schrijf hen met Uw rechtvaardig volk niet aan. Maar ik, ik ben ellendig en vol smart;

Uw heil, o God! voer' me in een hoogo woning

Dan zing ik blij, en uit een dankbaar hart, Den grooten naam van mijnen God en Koning.

13. Dat zal den Heer veel aangenamer zijn Dan os of var, die hunnen klauw verdoelen.

De blijdschap zal het hart der vromen streelen. Als zij mij zien, verlost van smart en pijn.

Gn, die God zoekt in al uw zielsverdriet!

Houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vroolijk leven.

Nooddruitigen veracht Zijn goodheid niet;

Nooit zal Hij Zijn gevangenen begeven.

14.Gü hemel, aard en zee! vermeldt Gods lof!

Laat al wat leeft Zijn trouw en goedheid prijzen! Want God zal aati Zjjn Sion hulp bewijzen,

En Juda's steên herbouwen uit het stof.

Daar zal Zijn volk weêr wonen naar Zijn raad; God eeuwig hun Zijn volle gunst bctoonen;

Daar zullen zij, Gods knechten met hun zaad, Zij, die Zijn naam beminnen, erflijk wonen.

1 = es. PSALM 70.

■ 4 • 3• 5• 6 5 4 2 3*1*5 5 6*6*1

Dial haas-tig ter ver-los-sing noêr, 0 God! ou red mü uit

Sluiten