Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 71.

2. PAUZE.

10. M;)n hart zal steeds op U vertrouwen,

Mijn mond vindt, tot Uw lof, Gedurig ruimer stof,

En zal Uw recht en heil ontvouwen; Schoon ik de roeks dier schatten Kan tellen noch bevatten.

11. Ik zal blijmoedig henentreden

In 's Heereiï mogendheid,

Mijn hart is uitgebreid,

O Heer! om Uw gerechtigheden,

Ja die alleen, te prijzen Op aangename wuzen!

12. Gij hebt mij van mijn kindsche dagen,

Geleid en onderricht;

Nog bl\jf ik naar mijn plicht Van Uwe wondren blij gewagen.

O God! wil mij bewaren,

Bfl 't klimmen mijner jaren.

13.Blijf mij in mijne grijsheid sterken; Verkwik mijn ouderdom;

Bewaak mij van rondom;

Zoo meld ik dit geslacht Uw werken; Zoo zal 'k Uw grootheid zingen Voor hun nakomelingen.

3. PAUZE.

14.Ik roem, o eeuwig Alvermogen! 'kRoom Uw gerechtigheid, Die zooveel ulans verspreidt, Zoo heerlijk schittert uit den hoogen. O Heer der legerscharon!

Wie kan U evenaren ?

15. Gij deedt mij veel benauwdheid smaken

En drukkend harteleed;

Maar, tot mijn hulp gereed,

Zult Gij mij weder levend maken,

Mij uit den afgrond trekken,

En met Uw vleuglen dekken.

16. Gij zult met luister mij omringen,

Mij troosten in mijn smart;

Dan zal ik, blij van hart,

Met luit en harp Uw goedheid zingen. O heilig Opperwezen,

Door Israël geprezen!

Sluiten