Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 71, 72.

17. Mijn lippen zullen juichend roemen

In psalmen, U gewijd,

Dat Gij mijn Helper zij t;

Mijn tong zal U mijn Redder noemen; Uw gunst den godgetrouwen, Den ganschen dag, ontvouwen,

18. 'k Zal Uw gerechtigheid verhoffen,

Die my in eer herstelt,

Die al mijn haters velt.

'k Zal hen door schande en schaamte treffen; Ik zie hen schaamrood vluchten, Die mijne ziel doen zuchten.

1 = g. PSALM 72.

3*3 3 6*3*4 3 2*1* 2*3 2 1*7*

Geef, Heek, den Ko-ning U- we rech-ten, En Uw ge-rech-tig-

6*|3 * 3 3 6*3*4 3 2*1* 2*3 2

hêid Aan'sKo-ningszoon, om U-we knech-ten Te rich-ten

1*7*6* 6*1 1771 2 3*2*| 3 • 4

met ije-lei'd; Dan zal Hij al Uw volk be-hee - ren, Recht-vaar-

3 2 2 1* 3*2 17 5 6 7 1*7* 1*

dig, wijs en zacht, En Uw el - lén • di - gén re- gee- ren, Hun

2 17 7 6*

recht doen op hun klacht.

2. De bergen zullen vrede dragen,

De heuvels heilig recht;

Hij zal hun vroolijk op doen dagen

Het heil, hun toegezegd.

't Ellendig volk wordt dan uit lijdon

Door Zijnen arm gerukt;

Hij zal nooddruftigen bevrijden;

Verbrijzlen, wie verdrukt.

3. Zü zullen U eerbiedig vreezen,

Zoolang er zon of maan Bij 't nageslacht ten licht zal wezen,

En op- en ondergaan.

H\j zal gelijk zijn aan den regen,

Die daalt op 'tlate gras;

Aan droppels, die met milden zegen Besproeien 't veldgewas.

Sluiten