Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 74, 75.

19.Beschouw, herdonk Uw vastgestaafd verbond! Laat dat Uw hart tot ons in liefde ontvonken; Het land is vol van duistre moordspelonken,

Vanwaar 't geweld ons grieft met wond op wond.

20.Dat elk verdrukte Uw bijstand eens erlang'!

Laat, laat Uw volk niet schaamrood wederkeeren; Maar wil van hen ellende en nooddruft weren,

Opdat ze Uw naam verheffen in gezang.

21.Rijs op, o God! rijs op, toon Uw gezag;

Betwist Uw zaak, wees onze pleitbeslechter! 'tls meer dan tijd: gedenk, o hoogste Rechter!

Wat smaad de dwaas U aandoet dag op dag.

22. Vergeet niet, Heek, dien onverdraagbren hoon, Dat luid geroep van al Uw weer partij dors;

Het woest getier van Uwe machtbestrijders Stijgt telkens op tot voor Uw hemeltroon.

1 = f. PSALM 75.

5*4*3 6 5*4*3*6 5 4*3*2 2 1*

U al• leen, U lo - ven wij; Ja, wij lo-ven U, o Heer'

1*3*2 5 5 4 5*j6 6 5 3 4 43*!

Want Uw naam, zoo rijk van eer, Is tot on - ze vreugd na-bi);

5*4*3 5 4 3 2*3*5*1 4 3*2*1*

Dies ver-telt men in ons land Al de won-dren U-wer hand-

2. Als ik 'tainbt ontvangen zal,

Wil ik volgens eed en plicht,

Altoos recht doen in 't gericht.

Lind en volk was in verval,

Maar zijn pijlers stelde ik vast,

Tegen woede en overlast.

3. Tot het dom en dwaas geslacht Zeide ik: „Wees niet zinneloos;"

Tot de snooden: „Weest niet boos,

„Dat gij hoornen, sterk van kracht,

„Woedende naar boven steekt,

„En met stijven lialze spreekt."

4. Geen geval, geen zorg, geen list,

Oost noch west, noch zandwoestijn,

Doet ons meer of minder zijn:

Sluiten