Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 88, 89.

0(| wendt hen allen van my af.

Een bange kerker doet mij zuchten;

Ik kan de banden niet ontvluchten.

PAUZE.

6. Mijn oogen treuren om mijn leed,

Om al mijn angst, om al mijn lijden.

O Heer ! wil ni(j van straf bevrijden;

Ach! toon U tot mijn hulp gereed, k Smeek dag aan dag om Uw ontferming: Leen my de hand tot mjjn bescherming.

7. Zult Gij aan dooden wondren doen ?

Zult Ge overleednen doen verrijzen

' ï"ier grooten naam te prtfzen ? Zal 'tgraf Uw wijzen raad bevroên? Zal daar Uw goedheid zich verspreiden ? Zal t woest verderf Uw trouw verbreiden?

8. Wie zal Uw wondren, Uw beleid,

Ooit in de duisternis vertellen'

Wie ooit Uw recht in 't daglicht stellen

Ier plaatse der vergetelheid'?

Maar ik, eer de uchtend aan komt breken, Zal u, o Heek! om bijstand smeeken.

9 Waarom is 't.dat Gij mij verstoot? Waarom verbergt Ge Uw gunstrijke oogen? k Was, van der jeugd af, neergebogen, Bedrukt, en worstlend met den dood. Ik moet vol angst Uw gramschap dragen; k Ben twijfelmoedig en verslagen.

10. 'k Ben met verschrikking aangedaan:

Mtin moed verflauwt; mijn leden beven. Uw dierbre gunst heeft mij begeven;

De vlam Uws toorns doet m|j vergaan, k Moet dag aan dag met duizend rampen, Als met het woen der golven, kampen.

11. Gij hebt èn metgezel èn vrind Van mij verwijderd in mijn lijden,

Zoodat mg'n ziel, hoe zo ook moet strijden

B« niemand heul of bijstand vindt.

kZoek hen vergeefs;'k moet eenzaam weenen; Al myn bekenden zijn verdwenen.

1 = g. PSALM 89.

1*6 5 1 2 3*3*5 4 3*2*1* 1*

kZal eeu-wig zin-gen van Gods goe-der - tie - ren • heên; Uw

Sluiten