Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

PSALM 95, 96.

6. ,,'kHeb aan dit volk, dat Mij vergat, „Een langen t(id verdriet gehad,

„Ja, veertig .iaar hun hoon verdragen, „En zei: „dit volk, dat steeds mij sart, „„Heeft een verdwaasd en dwalend hart; ,.„'t Schept in Mijn wegen geen behagen."

7. „Dies heb Ik, door hun tergend kwaad „Op 't hoogst vergramd, dit volk versmaad,

„En met een duren eed gezworen, „Dat, wegens zijn geschonden trouw, „Het nooit Mijn rust genieten zou, „Dio voor Mijn volk nog blijft beschoren!"

1 = C. PSALM 96.

2*2 2 i • 6 • 1* 2 7*6* 6*2 2

Zingt, zingt een nieuw ge- zang den Hee • • re ! Zing aar- de,

i»6«5 4 3«2»4 « 3 4 5*6*4

zing dien God ter ee--re! Looft 's Hee-ren naam met hart

5 6* 3*4 563 5*4*3* 6*5

en mond; Ver-meldt Zijn heil op't we - reld - rond. Dat dag

6 2 3 4 5 3*2*

aan dag Zijn roem ver-meè-re!

2.Nu moet uw tong de heidnen nooden;

Meldt allen volken Zijn geboden;

Vertelt Zijn wondren en Zijn eer.

Groot en prijswaardig is de Heek,

En vreeslijk boven al de goden.

3. Al de afgoön zijn slechts ijdelheden;

Maar God, die van ons wordt beleden,

Is 't, die de heemlen heeft gesticht,

En voor Zijn godlyk aangezicht Zet eer met majesteit haar treden.

4. Hoe blinkt het alles door vertooning Van sterkte en sieraad in Zijn woning!

Geef dan, o allerlei geslacht!

Den roem van heerlijkheid en kracht Aan Isrels grooten God en Koning.

PAUZE.

5. Geef de eer aan 't eeuwig Opperwezen!

Zijn naam wordt nooit genoeg geprezen.

Sluiten