Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 97, 98.

Verblijdt u steeds in God; Roemt, roemt Zijn heiligheid; Zoo word' Zijn lof verbreid Voor al dit heilgenot.

1 = g. PSALM 98.

1*6 51 12 4 3*2* 5*3 3 1

Zingt, zingt een nieuw ge-zang den Hee - re, Dien groo-ten God,

4 3*2*1* 1*6 5 1 12 4 3*2*

die wond-ren deed;Zijn rêch-têr-hand, vol sterk-te enee-re,

5*4 3 2 1 1 7 1 * 5*5 4 3*

Zijn hei-li-ge arm wrocht heil na leed; Dat heil heeft God

2*1 7 6*5* 5*1 1 7 6 1*2*3*

nu doen ver-kon-don; Nu hooft hy Zijn ge-rech - tig • heid,

1*1 2 3144 3*2* 5*4 32 1

Zoo vlek-ke-loos en on- ge-schon-den, Voor 't hei-den-dom ten

1 7 1 *

toon ge- - spreid.

2. Hij heeft gedacht aan Zijn genade,

Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt;

Dit slaan al 's aardrijks einden gade,

Nu onze God Zijn heil ons schenkt.

Juich dan den Heek met blijde galmen, Gij gansche wereld, juich van vreugd;

Zing vroolijk in verheven psalmen Het heil, dat do aard in t rond verheugt.

3. Doe bij uw harp de psalmen hooren;

Uw juichstem geev' den Heere dank;

Laat klinken, door uw tempelkoren,

Trompetten en bazuingeklank;

Dat 's Heeren huis van vreugde druische,

Voor Isrels grooten Opperheer;

De zee met hare volheid bruise:

De gansche wereld geev' Hem eer.

i. Laat al de stroomen vroolijk zingen,

De handen klappen naar omhoog;

't Gebergte, vol van vreugde, springen

En hupplen voor des Heeren oog;

Hij komt, Hij komt om de aard te richten,

De wereld in gerechtigheid;

Al 't volk, daar 't wreed geweld moet zwichten,

Wordt in rechtmatigheid geleid.

Sluiten