Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 105.

Tot in het duizendste geslacht. *t Verbond met Abraham, Zijn vrind Bevestigt Hij van kind tot kind.

6. Al wat Hy Izak heeft gezworen,

Heeft Hij ook aan Z(jn uitverkoren',

Aan Jakob tot een wet gesteld Van al 't beloofde heil verzeld En aan gansch Isrel toegezeid Tot Zyn verbond in eeuwigheid.

7. Hij sprak: „Ik zal de schoonste landen, " Kanèn leevren in uw handen,

«t Welk t snoer uws erfdeels wezen zal." Het volk was weinig in getal, t Verkeerde daar als vreemdeling,

loen 'tzulk een gunstrijk woord ontving.

8. Geleid door 's Heeren alvermogen Z«n zy van volk tot volk getogen,

Van't één naar 'tander rijksgebied, Hfl duldde hun verdrukking niet;

Maar heeft zelfs vorsten, op dien tocht, Om hunnentwil met straf bezocht.

2. PAUZE.

9. God sprak, en deed den vorsten woton: „Tast mijn gezalfden, mijn profeten

„Niet aan door eenig leed of schand." Hij riep een honger in het land;

Hij brak vergramd den staf des broods, En t volk kwam in gevaar des doods.

10."Wie kan Gods wijs beleid doorgronden' Een man werd voor hen heen gezonden •'

De vrome Jozef, rijk in deugd,

Tot slaaf verkocht in zijne jeugd,

In ijzren boeien wreed gekneld,

Werd, hun tot heil, in eer gesteld.

11. Toen hij door 't godlijk alvermogen Beproofd was, toen voor aller oogon

Zijn woord in 't helder daglicht scheen, loen bood de Koning, om zijn reên Verbaasd, hem straks de vrijheid aan Der volken Heer deed hem ontslaan.

12. Hü kreeg van Farao in handen

't Bestier van huis en goed en landen;

Dies bond hij vorsten naar zijn lust. Van zijn verstand en deugd bewust Deed gansch Egypte's opperheer Al de oudsten luistron naar zijn leer.

Sluiten