Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 107.

3.Hier raakten zij aan 'tkwijnen Door dorst en hongersnood;

Hun ziel leed duizend pijnen En angsten van don dood.

Doch toen zvj in 't gebed Tot Isrels Heer zicli wendden,

Heeft hen Zijn arm gered Uit angsten en ellenden.

4. God bracht, na tegenheden,

Hen weer op 't rechte pad, En riehtto hunne schreden Naar een gewenschte stad.

Laat zulkon voor den Heer Z ij li milde gunstbewijzen,

Zjjn wondren, Hem ter oer,

Voor 't gansche menschdom prijzen

5. Dewijl Hij hen vorzaadde,

Die dorstten, en met goed Don honger, uit genade,

Vervulde in overvloed;

Daar ze in dio bitterheên, Den dood voor oogeu zagen, Van allen kant bestreèn,

Deed God hun heillicht dagen.

1. PAUZE.

6. Zij, die gebondon zaten

In schaduw van den dood, Omdat zij God vergaten,

Vervielen in dion nood.

Toen werd hun wreovlig hart Verneèrd door zwarigheden;

Zü struikolden, hun smart "VVerd hulpeloos geleden.

7. Doch riepen ze in de ellenden

Den Heer ootmoedig aan, H;j deed hun angsten enden, En hen't gevaar ontgaan; H« hielp hen uit den nood; Hij bracht hen uit het duister Der schaduw van den dood; Hij brak hun band en kluister.

8. Laat zulken eer bewijzen

Aan 'sHeeren gunst en mach En al Zijn wondren prijzen Voor 'tmenschelijk geslacht. Hij was 't, voor wien gereed

Sluiten