Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F & A L M 107.

De koopren deuren weken, Die uzren grendlen deed In duizend stukken broken.

9. De zotten overtreden,

En krijgen hunne straf;

Om de ongerechtigheden Mat plaag op plaag hen af. Zij walgden zelfs van brood; Goon beste spijzen smaakten,

Terwijl zij vast den dood Met schrik en vreos genaakten.

10. Doch riepen ze in de ellenden

Den Heer ootmoedig aan, Hij deed hun angsten enden, En hon 't gevaar ontgaan. Hij zond Zijn krachtig woord, Hij deed hen bij Zich schuilen,

Bracht hun genezing voort, En rukte ze uit hun kuilen.

11. Laat zulkon eerbewflzon

Aan 's Hekken gunst en macht En al Zijn wondren prijzen Voor 'tmenschelijk geslacht, 't Lofoffer worde om strijd Hem juichend opgodragen,

Terwijl zij wijd en zijd Van al Zijn werk gewagen.

2. PAUZE.

12.Zij, dio de zee bevaren

Met schepen, rijk bevracht,

Zien op de groote baren Gods wijsheid, gunst en macht; Daar loeren zü de daan Des Heeren klaar bemerken.

En in de diepe paftn Zijn groote wonderwerken.

13. Hij wekt, met slechts te spreken,

Een stormwind voor hun oog; Dan beeft het al, dan steken De golven 't hoofd omhoog.

Nu ziet men 't schip de lucht, Dan weêr den afgrond naadren;

Hun hart geeft zucht op zucht, Hun bloed verstijft in de aadren,

Sluiten