Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 107.

4. Z\) dansen, wagglen, vallen, Gelijk een dronken man: De wijsheid van hen allen, Hoe groot, bezwijkt er van. Doch toen zy in 't gebed Tot Isrels Heer zich wendden,

Heeft hen Zijn arm gered Uit angsten en ellenden.

15. Hij doet den storm bodaren,

De golven zwijgen stil,

Nu rijst do vreugd; do baren Zyn effen op Gods wil; Nu wijkt verslagenheid,

Na zoo veel angstig slaven,

Daar God hen veilig leidt In hun bogeerde haven.

16. Laat zulken eer bewijzen

Aan 's Heeren- gunst en macht, kn al Zijn wond ren prijzen Voor 't menschel ijk geslacht; En, dankbaar, bij 't gemeen, God hun verlosser noemen;

En bij 'slands overheen Zijn naam en deugden roemen.

3. PAUZE.

17. Nu stelt God waterbeken

Tot bar en dorstig land; Herschept in dorre streken, Rivieren door Zijn hand, Hij stelt een vruchtbaar oord, lot woeste en zoute gronden;

En straft ze, naar Zijn woord, Die daar Zijn wetten schonden.

18. Dan maakt Hij weer woestijnen

Zeer rijk van vruchtbaar 'nat, Daar t land, dat eerst moest kwijnen. Nu beek bij beek bevat, En hongerigen voedt,

Die nu de weelde aanschouwon,

Zoodat zij daar met spoed Een stad ter woning bouwen.

19. Daar ziet men hen dan zaaien •

De wijngaard wordt geplant •' Z« mogen rijklijk maaien De vruchten van het land;

Daar God Zyn zegen geeft,'

Sluiten