Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 109, 110.

14. Gelijk een sprinkhaan omgedreven,

Berg ik nu hier dan daar niij11 levon ; M«n knieën weieren m\j te schragen. Ln tafgematte lijf te dragen;

Mijn vleesch is mager, uitgeteerd, Zoodat het alle vet ontbeert.

15. Al ben ik met die smart beladen, Nog gaan zij voort met mij te smaden, Met my al schimpende te groeten:

Zij schudden 't hoofd, die mij ontmoeten. O Heer ! help mij, die U verbeid,

Naar Uwe goedertierenheid.

1(>. Opdat zij weten en belijden,

]>at. Uwe hand mij wil bevrijden;

Dat Gij, o Heer! mijn recht doet golden. Laat hen dan vloeken, lastren, scheldon; Maar zegen Gij mij, o mijn God!

Gij zgt mijn erfdoel en mijn lot.

17. Beschaam hun raadslag te allen tijde; Maar dat het heil Uw ünecht verblHdo; pat schande mijnen vijand dekke; Dat schaamte hem ten kleed verstrekke; Dat ■/.{) hem tot een mantel dien', Waarmee wij hem omhangen zien.

^cn ÏII?En °P 'thoogste prijzen; k Zal Hem bij velen eer bewijzen;

Want H;j zal ziuh gewis erbarmen, En staan tor rechterhand des armen; Hem redden uit het snood gericht,

Daar 't vonnis tot z(jn doodstraf' ligt.

1 = bes. PSALM 110.

*

6*5 6 7 • 1 • 2 3 2 i 7*6* 1*76

Dus lieeft do Heer tot my-non Heer ge-spro-ken: ..Zit op don

5*6*7 6 6 5 6* 3*6 6 5*6*1

troon ter rech-ter-hand naast M(j, Tot iK de macht uws vij l

7 6 5 4*3* 5*6 7 i*i*2 6 i*7*6*

ands heb ver-bro-ken, En u zijn nek tot ee • ne voet-bank zij."

2. Uit Sion zal de Heer uw schepter zenden,

Den schepter van uw oppermogendheid,

En zeggen : „Heersch tot 's werelds uiterste enden, ..Zoover de macht uws vijands zich verspreidt."

4

I

Sluiten