Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 119.

64. 'k Heb Uw geboön, m«n God, dies meer dan goud, Ja 't fijnste goud, bemind, en Uw bevelen

In alles recht en vlekkeloos geschouwd, .

Op 'thoogst volmaakt tot m hun minste deelen,

'k Heb op geen pad der va-lschhBid mu betrouwd, Maar dat gehaat, hoezeer 't mijn vleesch kon streelen

16 PAUZE.

65. Hoe wonderbaar is Uw getuigenis!

Dies zal m«n ziel die ook getrouw bewaren;

Want de oopning van Uw woorden zal gewis, Gelijk een licht, het donker op doen klaren;

Zij geeft verstand aan slechten, wien t gemis Van zulk een glans een eeuwgen nacht zou baren.

66. Ik heb mijn mond begeerig opgedaan, _

Ik heb verlangd, gehijgd naar Uw geboden,

Zie, zie mij dan met gunstige oogen aan,

En wees mvj nu genadig in mp nooden.

Naar 't recht van hen, die, deugdzaam van bestaan, Uit liefde tot Uw naam, van t kwade vloden.

67. Maak in Uw woord mijn gang en treden vast, Onri'it ilt mii niet van Uw rooog keeren,

Eu wordt mijn vleesch door't kwade licht verrast, Ai! laat het mjj toch nimmer overheeren;

Verlos mii, Heer ! van 's menschen overlast Dan zal ik U naar Uw bevelen eeren.

68. Uw aangezicht vcrtoone aan Uwen knecht Een vriendliik oog, een troostrijk liefdeteeken;

Leer mij den eisch van 't altoos heilig recht. Ik stort, bedrukt, geheele tranenbeken,

Omdat men U gehoorzaamheid ontzegt.

En zich niet schaamt Uw wetten te verbreken.

17. PAUZE.

69. Gij zijt volmaakt, Gij zijt rechtvaardig, Heer! Uw oordeel rust op de allerbeste wetten;

Uw loon, Uw straf beantwoordt aan Uw eer Gij eischt van ons, dat we op Uw waarheid letten,

Dat wij altoos op hoogen prgs Uw leer En 't heilig recht van Uw getuignis zetten.

70 Mijn ijver heelt van smart mjj doen vergaan, Ómdat, Uw woord zoo schandlijk wordt vergeten;

Mijn vijand ziot dat met verachting aan. Uw woord is rein, dat mag gelouterd ] ,

Uw knecht wil zich daar daaglgks mee beraan, Hij heeft het lief, wjjl 'them z^n plicht doet weten.

Sluiten