Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 119.

71. Ik ben wel klein, veracht, maar niet verleid; 'k Vergeet in smaad noch armoê Uw bevelen.

Uw recht, o Heek! is recht in eeuwigheid: G;j zult aan elk zijn loon of straffen deelen.

Uw wet, waarin zich steeds Uw glans verspreidt, Kan mi) door 't licht der zuivre waarheid streelen.

72. Als 'tmij benauwd of bang gevallen is,

Dan heb ik mij vermaakt in Uw geboden.

De zuiverheid van Uw gotuigenis Blinkt altoos uit, zelfs in do zwaarste nooden

Leer mij 't verstaan, zoo leeft mijn ziel gewis, Het naar verderf in eeuwigheid ontvloden.

18. PAUZE.

73. Tk riep U aan, o Heek! met al mijn hart; Verhoor mij, en ik zal Uw wet bewaren.

Ik riep U aan, in druk en leed verward;

Verlos mijn ziel uit angsten en gevaren.

Dan houd ik Uw getuignis, en in smart Zal ik daar troost en wijsheid uit vorgaren.

74. Ik heb somtijds het scheemrend morgenlicht Verrast, om U mijn schreien te doen hooren;

'k Heb op Uw woord gehoopt, en mijn gezicht, Eer nog het uur der nachtwaak was geboren,

Den slaap ontroofd, om, naar mijn lust en plicht, De wijsheid van Uw reednen na te sporen.

75. Hoor, Heer, mijn stem naar Uw goedgunstigheid, En geef mfl naar Uw rechten kracht en leven.

Zij natïdren mij, wier list mtfn val bereidt;

Zij zijn in 't kwaad, in 'tlistig kwaad bedreven

En wijken van Uw wet, zoo wijd verleid,

Terwijl zij zich aan boosheid overgeven.

76. Maar, Heer, Gij zijt nabij, Gij ziet mij aan; De waarheid is aan Uw geboón verbonden.

Ik wist van ouds reeds uit Uw woord en daan, Dat al, wat Gij getuigd hebt, ongeschonden

En vlekkoloos voor eeuwig zal bestaan,

Gevestigd op onwankelbare gronden.

19. PAUZE.

77. Zie mijn ellende, o Heer! en help Uw knecht, Want Uwe wet is in mijn hart geschreven.

Ai! twist Gij zelf mijn twistzaak naar Uw recht; Verlos mij, stork met nieuwen moed mijn leven,

Naar 'tgodlijk woord, mij gunstig toegezegd, En mij ten troost in angst on druk gegeven.

Sluiten