Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 119, 120.

80- 9, Heer! sla toch op mijn gesclirei Uw oogWil, naar Uw woord, mijn geest verstandig maken •

Zie gunstig op mij neder van omhoog;

Laat myn gebed voor Uwen troon genaken* Red, daar mij 't leed zoo diep ter nederboo'g Red m« naar Uw belofte, en richt mijn zaken.

8S- Dan vloeit myn mond steeds over van Uw eer Geluk een bron zich uitstort op de velden '

Wanneer ik door Uw Geest Uw wetten leer. Dan zal myn tong Uw redenen vermelden;

Want Uw geboon zijn waarlijk recht, o Heer! G« zult de vl«t van die U zoekt vergelden.

87uK°mr.mU te }lulP; mfln ziel, die U verbeidt.

Heeft Uw bevel met lust en liefde ontvangen.

Ik naak. o Heer! naar 'theil mij toegezeid • Bestiei in gunst naar Uwe wet mijn gangen Al myn vermaak stel ik, met rflk beleid, ' in Uw gebod, dat is mijn hoogst verlangen.

88. Gun leven aan mijn ziel, dan looft mijn mond Uw trouwe hulp; stier m«' in rechte sporen.

Gel«k een schaap heb ik gedwaald in 'trond, Dat onbedacht, z«n herder heeft verloren

ww Ifi,? kl'fht' sch°on Uw wetten schond Want hu volhardt naar Uw geboün te hooren.

1 = f. PSALM 120.

2*3 1 4 3 2 I 7.6.6.I 23

'k Riep tot den Oor- sprong al - Ier d'in - gen, Tot God, in mijn

4 3 2 7 112 34*2* 6*

e-kom-me-rin- gen, En Hy vêr-hoor-de myn ge-be- den, Naar

54 3 2 12 3*2*j4*4 4 3 1 2 3

ZU-ne goe-der-tie-ren-he-den. O Heer! doemy den strik ont-

1 • 6• 1 • 2 2 3 1 2 3 4.3. 4.5 6

slip- pen Der vein-ze ■ r<j en val-sche lip-pen; Be-hoed mij

5 4 3»2*1. 6*1 2 3*2»2 * 2*

voor de bit-se tong, Die my met leu- gen- taal be-sprong.;

2. Wat voordeel zal 't bedrog u baren Vermetel rot van lasteraren ?

Wat voordeel zal u in dit leven Uw bitse tong, uw boosheid geven ?

Sluiten