Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 123. 124.

1 _ g. PSALM 123.

3*1*2*3 3 2 1 3 • 4 • 5* 3*3 2 1 •

Ik hef tot U, die in den he--mel zit. Mijn oo-gen op,

7*1* 1*1 2 3 3 5 4 3 • 2 • 1 • 7 • 1*

én bid. Ge-lijk een knecht ziet op de hand zijns hee-ren, Om

2 3 4*3*2 *1* 3*3 4 5*4*3 2

nood-druftte be-gee-ren, En'toog der maagd is op haar

1 2 3*2*4*3 2 1 7 6*5*1*3

vrouw ge • sla* gen, Om hulp of gunst te vra-gen : Zoo slaan

4 5*5*3 3 1 * 2*3* 3*2 4 3*2*1 *

w;j'toog op on-zen Heek, tot Hij Ook ons go - na-- dig zij.

2. Geef ons genê., geef ons gen&, o Heek !

En red ons tot Uw eer.

\Y ij /ijn reeds moê van al de schampi'e woorden,

Dio wij van smaders hoorden;

Ons treurig hart is moê van al het spotten, En 't honend samenrotten Der hoovaardij, die needrigen veracht, En weelderig belacht.

I _ f. PSALM 124.

1*2 3 4*3*2 117 1* 3*4 5 6*

Dat Is- - ra- - ël nu zeg-ge, blij van geest: In - dien do Heer,

5*4 3 2*1*7* 5*1 1 7*1*2 4 3*

die by ons is ge-weest, In-dien de Heer, die ons heeft by •

2*3* 5*54 3*2*35 5 4 5*

ge-staan, Toen 's vij-ands lieir en aan- val werd ge-vreesd,

3.2 1 7*1*2 4 3*2*1*

Niet had gc-r*ed, wy wa-ren lang ver-gaan.

2. Dan hadden zy ons levendig vernield ;

Hun heete toorn had ons gewis ontzield;

Bedolven in oen diepen jammervloed; .

Dan had een stroom, dien niemand tegenhield, Ons ganscli versmoord, had God het niet verhoed.

Sluiten