Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 126, 127.

1 = g. PSALM 126.

1*7 1 2 3 2*1* • 2 • 2*3 *4*2 2

"Wan-néer de Heer, uit's vvj-ands macht, 't Ge-van-gen Si-on

3 4 5* 5*4 4 5 2 4*3*2* 2*

we-der-bracht, En dat ver-los-te uit nood en p\jn, Scheen

1 261 7•6*5* 5*2 2 6 7 1

't ons een blvj-de droom te zij n: Wy lach-ten, jui'ch-ten; on-

2 7*6* 5*2 2 6 7 12 7*6* 2*

zo ton-gen Ver • hie* ven's Hee-ren naam, en zon-gen. Toen

33 1 1 4*3*2* 2*2 3 12

hie-ven zelfs de heid- non aan: „De Heer heeft hun wat

7•6*5 •

groots ge • daan!"

2. God heeft bij ons wat groots verricht;

Hij zelf heeft onzen druk verlicht;

Hü heeft door wondren ons bevryd:

Dies juichen wij en zijn verblijd.

Breng,'Heer, al Uw gevangnen weder;

Zie verder op Uw erfvolk neder:

Verkwik het, als de watervloed,

Die 't zuidorland herleven doet.

3. Die hier bedrukt met tranen zaait,

Zal juichen, als hij vruchten maait;

Die 'tzaad draagt, dat men zaaien zal,

Gaat weenend voort, en zaait het al;

Maar hy zal, zondor ramp te schromen,

Eerlang mot blijdschap wederkomen,

En met gejuich, ter goeder uur,

Zijn schoven dragen in de schuur.

1 = d. PSALM 127.

5*1 i 7 5 6 7 i • i • 7 6 5 4

Ver-geefs op bou-wen toe-ge-legd; Ver-geefs, 0111 'thuis vol-

3*2*1*1 * 2 3 4 5 5 4 5* 5*6

tooid te zien, Ge-zwoegd, ge-zweet, o ar-beids-liên! Zoo God

Sluiten