Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 127, 128.

6 1 1 7•6* 5* 5*4 3 6 5 4*

Zijn hulp aan 't werk ont- zegt. Ver-geefs, o wach-ters, is

3*2* 2*3 4 5 6 5*4*5*||

uw vlijt, Zoo God niet zelf de stad be- vrydt.

2. Vergeefs van 's morgens vroeg geslaafd Tot 's avonds, en het brood der smart Gegeten, met een angstig hart;

Vergeefs den ganschen dag gedraafd:

God geeft het, hoe een ander schraap',

Dien Hij bemint, als in den slaap.

3. Zoo gaat het elk, dien God bemint.

"Wie kindren voortbrengt tot Gods eer,

Verkrijgt een erfdeel van den Heer ;

Wie zich met kroost gezegend vindt,

Dat zich oprecht en dankbaar toont,

Ziet al zyn zorg naar wensch beloond.

4. Gelijk de pijlen in de hand

Eens sterken helds, die, fier en blij,

Door hunne kracht zijn weerparty Doet zwichten voor zijn tegenstand :

Zoo zijn ook, tot der vaadren vreugd,

De brave zonen hunner jeugd.

5. Welzalig h\j, die, als een held,

Deez' pijlen in zijn koker gaart En zijne zonen ziet gespaard.

Zij zullen, schaamrood noch ontsteld,

Het hoofd den weêrpartijdren bièn,

En in de poort voor hen niet vliên.

1 = C. PSALM 128.

2*6 6 6 5 4*3» 3 * 4 6 6 5 6*|

U mag men za • lig hee - ten, Dien 's Hee-ken vrees be-koort;

6*2 2 1' 7 6*6* 5*4 2 4 3 2*

Die, met een goed ge • we- ten, Steeds wan-delt naar Zijn woord.

2*4 3 4 5 6• 5• 6 • 1 7 6 5 6*

Gij zult uw nood-druft vin- den Door d' ar-beid van uw hand;

2 • 1' 7 6 5 4*3* 2*5 4 3

Wat ge u moogt on - der- win - den, Komt naar uw wensch

3 2 • ||

ot stand.

10

Sluiten