Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r S A L M 134, 135.

4 • 3• 2* 1*2 3 2 1 6*7 • 1 • 5•

geeft Hem eer; Gij, die des nachts Zijn huis be-waakt, En

3 *1* 2 4 3*2 *1 •

voor Z«n dienst in ij--ver blaakt!

2. Heft uwe handen naar omhoog;

Slaat naar het heiligdom uw oog,

En knielt eerbiedig voor Hem neêr;

Looft, looft nu aller heeren Heeb.

3. Dat 's Heeren zegen op u daal',

Zijn gunst uit Sion u bestraal'!

Hy schiep 't heelal, Zijn naam ter eer.

Looft, looft dan aller heeren Heer.

1 = d. PSALM 135.

1 * 6 * 5 5 6 7 1* 5*6*5 43*

Prijst den naam van u- wen God, 's Hee- ben knech-ten, hier

2*1* 1*3*2 1 34 5*3*5*6

ver-gaard; Prijst Zijn naam en wijs ge- bod, Daar gein'tvoor-

7 16 5*5*4*3 5 4 32*2*

hof staat ge-schaard, En uw ambt be-kleedt met eer ' In

3*5 4 3*2*1*

het huis van on - zen Heer.

2. God is goed; looft Hem te zaam Met gezang en snarenspel;

Prijst Zijn liefelijken naam;

"Want de Heer heeft Israël Zich ten eigendom geschikt;

Jakob door Zijn heil verkwikt.

3.God is groot; ik weet, dat Hij Hooger is dan alle goón.

Onze God voert heerschappij.

Hij beheerscht van Zijnen troon Hemel, afgrond, zee en aard.

God is aller hulde waard.

4.'tEind der aard werpt dampen uit Door Gods macht, die 't al volbrengt,

En met 's donders schor goluid

Sluiten