Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 136, 137.

18. Die de vorsten, trotsch van moed, Heeft doen smoren in hun bloed; Want Zijn gunst, alom verspreid, Zal bestaan in eeuwigheid.

2. PAUZE.

19. Looft Hem, die den Amoriet, Van zijn grootschen zetel stiet; Want Zijn gunst, alom verspreid, Zal bestaan in eeuwigheid.

20. Looft Hem, wiens geduchte macht Bazans koning te onderbracht; Want Zijn gunst, alom verspreid, Zal bestaan in eeuwigheid.

21. Die hun land, dat de oogen streelt, Israël heeft toegedeeld;

Want Zijn gunst, alom verspreid, Zal bestaan in eeuwigheid.

22. Looft Hem, nu die erfenis Naar Zijn woord bevestigd is:

Want Zijn gunst, alom verspreid, Zal bestaan in eeuwigheid.

23. Die, in onzen lagen stand, Ons genadig bood de hand;

Want Zijn gunst, alom verspreid, Zal bestaan in eeuwigheid.

24. Die ons, onder 't leed gebukt,

Heeft uit 's vijands macht gerukt; Want Zijn gunst, alom verspreid, Zal bestaan in eeuwigheid.

25. Looft Hem, looft Hem, al wat leeft, Die al 't vleesch zijn voedsel geeft; Want Zijn gunst, alom verspreid. Zal bestaan in eeuwigheid.

26. Geeft den God des hemels eer; Lof zij aller schepslen Heer;

Want Zijn gunst, alom verspreid, Zal bestaan in eeuwigheid.

1 = C. PSALM 137.

2*4 5 6*6*6 5 6 7 i*6* 1*65

Wij za-ten neêr, wij ween-den langs de zoo-men Van Ba-by-

Sluiten