Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LOFZANG VAN ZACHARIA.

Van ouds den vaadren toegezeid,

En dat Hij wil gedenken Aan 't heilverbond, aan dien gestaafden eed,

Dien Hij weleer aan Abram deed,

Aan Zijn verbond, dat van geen wanklen weet.

3. Hij spelde ons, dat wij te aller tijd,

Wanneer die blijde heil dag rees,

Van 's vijands dienstbaar juk bevrijd, Hem dienen zouden zonder vrees,

Naar 't heilig recht, in ware deugd.

O dierbaar kind, o stof van vreugd! Geschenk van 't Alvermogen!

Elk noeme u Gods Profeet, en geve u eer;

Gfl treedt voor 't aanschijn van den Heer, En baant zijn wog dcor leven en door leer.

4. Dus wordt des Heeren volk geleid Door 't licht, dat nu ontstoken is,

Tot kennis van de zaligheid,

In hunne schuldvergiffenis;

Die nooit in schooner glans verscheen Dan nu, door Gods barmhartigheên,

Die, met ons lot bewogen,

Om ons van zonde en ongeval te ontslaan,

Een star in Jakob op doet gaan,

De zon des heils doet aan de kimmen staan.

5. Voor elk, die in het duister dwaalt, Verstrekt deez' zon een helder licht,

Dat hem in schaduw des doods bestraalt Op 'tvredepad zijn voeten richt.

DE LOFZANG VAN SIMEON. 1 = f. Lukas 2:29-32.

5*6 5 4 • 3 • 2 • 4*3 122

Zoo laat Gij, Heer, Uw knecht, Naar 't woord, hom toe-ge-

1 • 1* 5 5 6 5 4*3* 5*3 4 3 21*

zegd, Thans he-nen-gaan in vre--de, Nu hij Uw za-lig-heid,

1*6 7 1 6 5* 1*2 3 4 3 2»1*

Zoo-lang door hom vér-béid, Ge-zien heeft op zijn be--de.

2. Een licht, zoo groot, zoo schoon,

Gedaald van 's hemels troon Straalt volk bij volk in de oogen;

Terwijl 'thet blind gezicht Van 't heidendom verlicht,

En Isrel zal vorhoogen.

Sluiten