Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar de mensch U hoont en smaadt,

Schenkt ge een Moeder nog aan 't schepsel,

Dat U grieft, als toeverlaat.

En gij stort nog 't zoetst vertrouwen,

Aan den zondaar in de ziel,

Richt weer op hem door Maria,

Die zoo diep door boosheid viel.

Als de zondaar tot zijn Jesus,

Wendt vol schuldbesef zijn blik,

En in Hem aanschouwt zijn rechter,

Beeft zijn hart van angst en schrik;

Doch hem rest als troost een Moeder, Die ook Moeder is van God;

Hare macht, haar teedre liefde,

Zijn een toevlucht bij zijn lot.

Laat dus, Moeder, ons beweenen,

Onze zonden, vol van smart;

En ons tranen en ons beden,

Toegang vinden tot uw hart.

Gij zijt Moeder, die uw kindren,

Hoe ze ook vielen, niet versmaadt;

Gij "zijt Moeder, die bij Jesus,

U als Moeder gelden laat.

Bid dus, Moeder, om vergeving,

Hem, die U aan 't kruis ons gaf;

Door uw smart, door Jesus sterven,

Smeek voor ons ontferming af.

Sluiten