Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeen als de Kerk, onophoudelijk herhaald op aarde en in den hemel, geheel hemelsch, ja geheel goddelijk in haren oorsprong en allerverhevenst in hare beteekenis.

Wij voegen bij het gebed des Heeren en het wees gegroet ook het Eere zij den Vader. Ook dit gebed is een gebed dat opklimt tot de eerste eeuwen der Kerk en waarmede de Kerk al hare lofzangen en psalmen besluit. Door die woorden brengen wij al de eer aan de Hemelsche Koningin terug aan God den Vader, die haar heeft geschapen, tot God den Zoon, die uit haar het vleesch heeft aangenomen, tot God den H. Geest, aan wien zij alle genade en glorie te danken heeft. Door die hemel-koningin te eeren, eeren wij bovenal den drieëenigen God.

Wij vangen den rozenkrans aan met de geloofsbelijdenis der apostelen. Wij geven daardoor te kennen, dat de hulde, die wij aan de Hemelkoningin gaan brengen door onze overweging van de geheimen en door onze gebeden, eene hulde is van het geloof. Zoo is dus de rozenkrans eene hulde van geloof en liefde aan de Koningin des hemels, die allervoortreffelijkst is, die hoogst geschikt is voor allen, en die immer gebracht kan worden.

Eindelijk is Maria de Koningin van den rozenkrans omdat zij ons door dit gebed de overvloedigste en de schoonste gunsten verleent. Zij

| f

Sluiten