Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Afdeeling.

De Kleeding.

HOOFDSTUK I.

Bovenkleederen.

$ 1. Aanschaffen der bovenkleederen.

1. Hij liet aanschaffen van kleederen moet niet ijdelheid of pronkzucht den toon aangeven, maar fatsoen. Eene vrouw uit den arbeidersstand moet niet willen gekleed gaan als eene gravin. Zij moet zich kleeden naar haren stand, doch altijd zindelijk en net.

De zucht om te pronken met deftige kleederen is de ondergang van vele familiën.

Om fatsoenlijk gekleed te zijn behoeft eene huisvrouw geen kostbare stoffen te koopen of altijd zich te richten naar de laatste mode. Als de kleercn gaaf, zindelijk en goed passend zijn. om het even of de stof duur is of goedkoop, dan is iemand fatsoenlijk gekleed en in zulk een klecdij mag men zich overal vertoonen.

Dat wil nu niet zeggen, dat men altijd stoffen

Sluiten