Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Tarwe- en roggemeel worden met koud water aangemaakt.

5. Rijst wordt eerst gekookt en dan met koud water of melk opgezet.

(). Behandeling der aardappelen.

1. Aardappelen, die men koken wil. moeten van dezelfde soort en van ongeveer dezelfde grootte zijn.

2. Zij moeten zoo dun mogelijk, kort voor het koken, geschild en goed gewasschen worden. Ond.er de schil zit de bloem.

Men kookt ze in zout water (op 1 liter water 1 eetlepel zout). Nieuwe aardappelen zet men op in kokend water, ze zijn in 20 minuten gaar: oude met koud water, deze moeten 12 uur koken.

4. Zij moeten onafgebroken koken en mogen als ze gaar zijn, niet lang blijven staan.

7. Behandeling der groenten.

1. Bladgroenten, als: spinazie, salade, kool, enz. moeten in ruim water vlug gewasschen worden.

2. Vroeger was het gebruikelijk alle groenten vóór de toebereiding in kokend water af te koken. Dat doet men tegenwoordig niet meer, omdat men 1111 weet, dat daardoor vele voedingsstoffen verloren gaan.

3. Bloemkool zet men 's avonds te voren in water, waarin een handvol zout of een scheut azijn.

4. Roode kool wordt niet gewasschen, anders verliest zij haar kleur.

Sluiten