Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64. worteltjes en erwten

worden met weinig kokend water en weinig zout opgezet. Men stooft ze met boter of vet en peterselie.

65. Dikke boonen

worden zonder zout in een open ketel gekookt. Als ze boven drijven, zijn ze gaar; dan worden ze afgegoten en gestoofd met melk, boter, zout, tarwebloem en boonenkruid. Als ze wat ouder zijn, kan men ze stoven met uitgebraden spek.

66. versche snijboonen

worden afgehaald, gewasschen. in schuine reepjes gesneden en in weinig water en boter gaar gestoofd.

67. Peulen

worden afgehaald, gewasschen en met boter langzaam gaar gestoofd. Als ze gaar zijn, roert men er wat zout en naar verkiezing suiker door.

68. Zuring.

De zuring wordt zonder water gestoofd met wat boter en zout.

6(). Rhabarber.

Nadat zij geschild, in stukjes gesneden en gewasschen is. laat men ze stoven met suiker. Men bindt ze met een weinig tarwebloem of met een eierdooier.

Sluiten