Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage I.

WELLEVENDHEID.

Wien noemt men in de wereld wellevend ? Iemand, die zich netjes weet voor te doen, zijn fatsoen weet te houden en beleefd met anderen weet om te gaan.

Voor een christenmensch is de wellevendheid iets meer dan eene uiterlijke plichtpleging, het is voor hem eene oefening van deugd.

Wil iemand bepaald wellevend zijn, dan moet hij verschillende deugden in beoefening brengen, als: geduld, zelfverloochening, zedigheid, zachtmoedigheid, nederigheid, enz.

Deze deugden zijn als de grondslag der ware wellevendheid, waarvan de grondregel deze is: „Bemin God boven alles en uwen naaste als u zeiven' — en — „wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook aan een ander niet."

Wie deze wet altoos en overal in beoefening brengt zal ten minste nooit onwellevend zijn.

Daarenboven zijn er nog eenige bijzondere voorschriften, gebruiken, vormen, spreek- en handelwijzen, die ieder welopgevoed mensch moet lceren kennen.

Sluiten