Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dat is gelogen" of „gij liegt", doch zeg dan op beleefden toon: „ik geloof, dat gij u vergist" of „dat gij verkeerd zijt ingelicht".

8. Zoo ge iets niet goed verstaan hebt, zeg dan niet: „Hè?" Wat?" Hoe?" maar: „Wat belieft u?" „neem me niet kwalijk, ik heb u niet goed begrepen," „mag ik weten wat n bedoelde?"

9. Luister niet toe als anderen in 't geheim met elkaar spreken, verwijder u dan of ga ter zijde staan.

10. Spreek niet te veel en niet altijd alléén, laat de anderen ook meepraten. Vooral jeugdige personen moeten in tegenwoordigheid van meer bejaarde lieden veel luisteren en weinig zeggen.

11. Wanneer iemand anders spreekt, luister dan aandachtig toe en val hem niet in de rede zonder noodzakelijkheid.

12. Spreek over afwezigen met achting en als er van hen kwaad verteld wordt, neem gij dan de partij voor hen op of tracht het gesprek op iets anders te brengen.

13. Onderhoud u niet uitsluitend met één persoon, maar zooveel mogelijk met het heele gezelschap. Spreek daarom over zulke onderwerpen, waarover allen kunnen meepraten.

14. Wees jegens iedereen beleefd en voorkomend en bewijs aan iedereen de eer, die hem toekomt.

15. Bij het binnenkomen of verlaten van eene kamer of zaal, moet men zich altijd met het gezicht en niet met den rug naar de aanwezigen keeren.

1(). Zit gij, als iemand van uws gelijken binnenkomt, groet hem dan vriendelijk. Is de binnenkomende iemand, die boven u gesteld is en aan

10

Sluiten