Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf niet zegt wie hij is, moogt ge hem dat vragen met deze woorden: „Mag ik zoo vrij zijn te vragen, wie U zijt" — of „met wien heb ik de eer (het genoegen) te spreken."

5. Bij het binnenkomen van een vreemde staan alle aanwezigen op, dan biedt men een stoel aan en verzoekt hem plaats te nemen. Nooit mag men iemand een warmen stoel, waarop iemand anders zoo juist gezeten heeft, aanbieden. Men neemt hem hoed en paraplu of stok af en zet die op een geschikte plaats.

6. Bij 't vertrek staan allen weer op. Een van hen doet den bezoeker uitgeleide tot aan de straatdeur en dankt voor de eer van het bezoek.

7. Aan hoogergeplaatste personen mag men geen

groeten voor anderen meegeven.

8. Wanneer ge bezoek ontvangt van personen van minder deftigen stand, moet gij u toch niet ontslagen achten van de wetten der wellevendheid, doch altiid deze regels voor oogen houden:

Wat gij niet wilt dat u geschied',

Doe dat aan een ander niet;

En wat gij voor u zeiven wenscht,

Gun dat ook uw evenmensch.

§ 5. Het schrijven van brieven.

Er is wel geen huishouden, waar niet van tijd tot tijd een brief moet geschreven worden en daarom is het wel van belang, dat iemand, die beschaafd wil heeten, de voorschriften kenne, waarnaar men

zich in deze te regelen heeft.

1. Wanneer gij een brief ontvangt, waarop ant-

Sluiten