Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-alles gelooft alles, hoopt alles, lijdt alles." (ICor XII!)

Ziedaar de eigenschappen van eene dienstbode die nare meesters oprecht hoogacht en liefheeft.

• fcen tweede plicht der dienstboden is te gehoorzamen.

dij dienaren, zegt de Apostel Paulus lEph. VI

6" 7"' gehoorzaamt aan uwe tijdelijke meesters, met vrees en ontzag, in eenvoudigheid des hanen gelijk aan Christus. Niet als oogendienaars om aan de menschen te behagen, maar als dienaren van Christus, om den wil Gods te volbrengen " gehoorzaamheid moet eene ootmoedige oprechte, gewillige en volkomene zijn. Het moet een gehoorzaamheid zijn, waardoor de dienstbode c e ïaar opgelegde taak even zoo nauwgezet vervult m de afwezigheid der oversten, als in hun bijzijn, -ene gehoorzaamheid, die geen morren, geen tegenspreken kent en geen uitvluchten zoekt. Eene gehoorzaamheid op het éérste woord, die tot in "de kleinste bijzonderheden het opgelegde werk verricht I-ene gehoorzaamheid, die alles omvat, wat de overheid met recht kan gebieden, het moge dan nog zoo moeielijk of onaangenaam zijn

Die gehoorzaamheid strekt zich niet alleen uit tot de stipte verrichting van het opgelegde werk maar ook tot alles, wat huiselijke orde en tucht aangaat, tot een zedelijk gedrag en in 't algemeen tot alles wat de overheid in het belang van het zieleheil der dienstboden voorschrijft.

Men hoort wel eens zeggen: „ik verricht mijn opgelegd werk en daarbuiten heeft niemand mij iets L Rieden. Dat is een grove dwaling.' Er

Sluiten