Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en mosterdpap aan de kuiten, en besprenkele hem met koud water.

9. Verwondingen. Bij alle verwondingen moet op de allereerste plaats de zindelijkheid betrachten gezorgd worden, dat geen stof of vuil in de wonde kome.

a. Kleine wonden, waaruit het bloed zachtjes sijpelt, zijn spoedig verholpen door het aanwenden van een sterken druk op de wonde, door er namelijk een droog zuiver lapje vast om te binden, (vooral geen spinneweb). Leg nooit een hechtpleister op eene wond, zóó dat de heele wond door de pleister bedekt is. Iedere wond moet haar wondvocht kunnen afstaan, anders gaat ze etteren. Is er echter vuil in de wonde gekomen, dan moet ze eerst met zuiver gekookt, doch lauw water worden uitgewasschen.

b. Bij grootere wonden, waaruit donkerrood bloed in gelijkmatigen straal vloeit, b.v. uit het been bij aderspat, neme men eerst alle drukking boven de wonde weg. (kousenbanden), dan houde men het bloedend lidmaat hoog opgeheven en legge op de wonde zuivere verbandwatten of zuiver linnen. Houdt de bloeding niet op, dan moet men het lid afbinden onder de wond, (dus niet tusschen de wonde en het hart.)

c. Wanneer uit eene wonde helderrood bloed krachtig en stootsgewijze vloeit, dan is spoedige hulp noodzakelijk. Men drukke met den vinger de slagader, die boven de wond ligt, (tusschen wonde en hart) stevig dicht; men kan die voelen aan hare kloppingen. Of wel men bindt het bloedend lid af met elastieken band of koord, of anders met eenig

Sluiten