Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Familie I. Coraciidae, Sch ar velaar aclitujeu.

In hoofdzaak groen, blauw en rood gekleurde vogels, in grootte en voorkomen herinnerende aan kleine soorten van kraaien, met vrije of tot de eerste geleding verbonden teenen en een tamelijk langen, aan den wortel breeden, haakvormig omgebogen snavel.

^ig* -De Schar ïelaar (Coracicis gcirvulct fj.) is een helder blauwgroen en bruin gekleurde vogel, ongeveer ter grootte van een kraai, die bij de Middellandsche zee en weinig in Oost-Duitschland leeft op opene plaatsen, niet in dichte bosschen, en die nestelt in holle boomen.

Familie II. Meropidae, Bijeneters.

Helder blauwgioen, geel en roestbiuin gekleurde vogels, met een langen weinig gekromden, spits eindigenden snavel, die in hoofdzaak in de warme streken der oude wereld wonen, gezellig bijeen in holen van den grond nestelen en zich voeden met bijen, wespen, kevers en andere insekten, die zij, evenals de zwaluwen, in de vlucht vangen. In Zuid-Europa komen twee soorten voor, van welke een, afgebeeld in

Fig. 3, de gewone Bij en eter (Merops apiaster L.): ook wel in Duitschland, en daai zelfs bloedende, wordt aangetroffen. De keel vertoont een hoog-gele en daarnaast een zwart-groene kleur.

Familie III. Bucerotidae, Neushoornvogels.

Zwart, wit en gedeeltelijk geel gekleurde vogels, die soms zoo groot kunnen worden als een gier; de naar voren gerichte teenen zijn gedeeltelijk met elkaar vereenigd, de snavel is lang en gekromd en groot, doordien de beenderen ervan evenals die van den schedel met lucht gevulde holten omsluiten, terwijl een groot beenig hol uitsteeksel op den snavel voorkomt. Zij bewonen uitsluitend do warmere streken der oude wereld en broeden in holle boomen, waarbij het mannetje het wijfje voedt.

Hg. 4. De Rhinoceros-vogel (Buceros bicornis L.) heeft op den roodgekleurder! bovensnavel een hoornen van voren in twee korte punten eindigend aanhangsel; hij bewoont Zuid-Azië en Sumatra.

Familie IV. Upupidae, Hoppen.

Gewoonlijk zwart, wit en geel gevlekte, zelden (b. v. het Afrikaansche geslacht Irrisor) metaalkleurige vogels, van middelmatige grootte, met langen dunnen, een weinig gebogen snavel. Van de teenen zijn de derde en vierde gedeeltelijk saamgegroeid, de tweede is vrij. De weinige soorten, die wij kennen, bewonen de oude wereld, behalve Australië, en komen in levenswijze en nestbouw met de Neushoornvogels overeen.

tig. 5. De Hop (Upapa cpopa L.) is gemakkelijk te herkennen aan de groote kuif op den kop, die opgericht en neergelegd kan worden, en ook aan

Sluiten