Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mauritius, terwijl de andere, de Solitaire (Didus [Pezophaps] solitarius S.) nog in de 18<le eeuw op Rodriguez leefde.

Familie II. Columbidas, Duiven.

Vlugge vogels, die hunne blinde, jonge, in 't nest blijvende vogels met duivenmelk, afgescheiden in den krop, voeden. Do rechte snavel is slechts aan liet einde hoorn, aan het begin bij den kop zachter en met een washuid bedekt. De teenen zijn onderling niet of slechts door een klein vliesje aan de basis saamverbonden. De tropische soorten hebben dikwijls prachtig metaalglanzende veeren, onze inlandsche soorten dragen die alleen aan den hals en zijn overigens blauwachtig grijs gekleurd. Vele duiven, en onder deze de Kleine Boschduif, broeden in holen; andere b.v. onze Woudduif broedt in een met weinig zorg gemaakt nest, dat op een boomtak ligt. Het aantal eieren is meestal twee, en deze zijn, gelijk gewoonlijk bij eieren, die in holten gelegd worden, het geval is, wit van kleur. Het voedsel bestaat uit zaden of vruchten. In hoofdzaak bewonen zij Zuid-Azië, den Indischen en Australischen archipel, Afrika en tropisch Amerika en slechts weinig soorten leven in koudere streken. Onder deze komen 111 Europa vier soorten voor die trekvogels zijn; een van deze leeft ook in ons land, n.1. de Tortelduif.

De eerste onderfamilie, die der Getande Duiven, (Uidunculincie) heeft een snavel van zeer afwijkende gedaante. De bovensnavel is hoog en eindigt in een scherpen haak, de ondersnavel is gewapend met twee sterke tanden.

De eenige soort, die aan kop, hals en onderzijde glanzend groene of bruinroode veeren heeft, is

Plaat XA , i ig. 1 de Getande Duif (Didunculus strigirostris G.), die op de Samoa-eilanden leeft en noten en andere vruchten eet.

Tot de tweede groep, tot de echte Duiven (Colinnbinae) behooren o.a. onze twee Inlandsche soorten.

Hg. 2. De Ring-, Bosch-, Hout-, Woud- of Kool duif (Palambus torquatus K.) heeft rechts en links aan den hals een witte vlek, en een witten rand aan do vleugels; hij bewoont ook in ons land de boschrijke streken en voedt zich o. a. gaarne met dennezaden.

Fig. 3. De Kleine Boschduif (Columba oenas L.) houdt zich bij voorkeur op in bosschen met oude, hooge boomen en is nu en dan bij ons waargenomen.

Fig. 4. De Rots duif (Columba liuia L.) heeft twee zwarte banden op de vleugels en leeft aan de Middellandsche zee, en in Schotland en op de aangrenzende eilanden, waar hij tegen de rotswanden broedt. Dit dier is als de stamvader te beschouwen van al onze rassen van huisduiven. Bij kruising van verschillende rassen ontstaat soms als merkwaardig voorbeeld van terugslag een vorm, in kleur en teekening der veeren geheel aan de stamouders gelijk.

Fig. 5. De Tortelduif (Tartar at tritas B.) met bruingevlekte bovenzijde en vier zwart-zilverkleurige dwarsstrepen aan den hals, komt bij ons als trekvogel voor, maar leeft bij voorkeur in Zuid-Europa.

Sluiten