Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slo( hts halt zoo gioote Alk (Alca tord<») met witten d warsband op den zwarten sna\ el en de door den hooien bontgekleurden snavel gekenmerkte

I'i^. !) 1 apegaaiduiker of Zee pa peg aai (Mormon arctica /.) bewonen, met de volgende soorten, de noordelijke vogelbergen. Do eerste gaat. om te broeden, soms zuidelijk tot Cornwallis.

Een langen, gladden, priemvormigen snavel heeft het geslacht Zee koet (I na). De in zijn zomerkleed, op een witten band op de vleugels na, geheel Plaat X\ II, Fi<r. 1, zwarte Kleine Zeeduiker (Uria [Cepphus] <jrylle L.) en de dooi witte punten aan sommige slagpennen (bij een variëteit Uria hringvia B. komt een brilvormige teekening om de oogen voor) te herkennen (re\\ one Zeekoet (Uria, lomvia IJ.) zijn de 't meest bekende vormen, die ook aan onze kusten voorkomen. — De kleinste Alksoort is

Mg". 2 de Kleine Alk {Merg a lus alle V.), tot het geslacht der Krab benduikers behoorende, met korten, dikken snavel, in kleur overeenkomende met dien van den Gewonen Zeekoet. Ook deze komt wel aan onze kustent maar zelden in het binnenland voor.

! \\<T<lr ondoronlr:

Limieolae, Oevervogels.

Goed vliegende, niet zwemmende, middelmatig groote en kleine moeras- en strandbewoners. De meestal slanke snavel is gewoonlijk aan zijn basis bedekt door een zachte huid, die ook de neusgaten omgeeft, en aan zijn top puntig. De pooten zijn dun en slank en gewoonlijk nog al lang, de naar voren gerichte teenen dikwijls gedeeltelijk met elkaar verbonden; bij één geslacht, den Franjepoot, (Phalaropus) met een m lobben verdeelden zoom omgeven, bij een ander, den Kluit (Recurvirostra) van een zwemvlies voorzien. Alle soorten voeden zich met kleine dieren en broeden in holten van den bodem. De ronde eieren vertoonen, evenals die der Meeuwen, kleur en teekening, die hen van de omgeving weinig verschillen doet. De jongen zijn nestvluchters; bijna alle soorten zijn trekvogels, die in den herfst, gewoonlijk in troepen, buitengewoon grooto tochten naar liet zuiden ondernemen om in het voorjaar weer terug te keeren.

Familie 1. Scolopacidae, Suipvogels.

De snavel is zeer lang, zeer week en ingericht om er fijn mee te kunnen voelen bij het zoeken van hun voedsel, wormen en insekten, op den bodem van poelen en plassen.

Fig. 3. De Houtsnip (Scolopax rusticola L.) is de meest bekende soort, die Europa en Noord-Azië bewoont en in verschillende provinciën van ons

Sluiten