Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ilutmms ochropus ?'.), die te herkennen is aan de groenachtige kleur van pooten en snavel, aan do zwartbruine, witgevlokte bovenzijde en reeds in de verte aan het witte ondereinde van don staart. Waterrijke streken in bosschen bewoont hij bij voorkeur.

lig. !». De Oever looper of Steen vink (Actitis hijpoleucos />'.) bewoont Europa en ook ons vaderland en is slechts 21 cM. groot met een staartlengte van 6 cM.; do vleugels bereiken het uiteinde van den staart niet, de pooten zijn ook korter dan bij de vorige soort. Hij verlaat ons in October en komt m April terug on zoekt zijn voedsel, uit allerlei diertjes bestaande, aan de met zand ot grint bedekte oevers van rivieren en plassen.

Een langen, naar boven gekromden snavel, lange pooten en teenen, met

een zwemvlies saamverbonden, bovendien een zwart en witgekleurd veerenkleed heeft

Fig. 10 de Kluit (Recurvirostra auocetta L.), die de kusten van Europa en Azie bewoont. Hij is een echte zeevogel, die bij ons op verschillende plaatsen broedende aangetroffen is.

Familie II. Charadriidae, Pluvier ach tigen,

Deze familie herinnert in veel opzichten aan de vorige, maar de meeste soorten zijn meer gedrongen van lichaamsbouw en hebben korter hals. De snavel is aan het uiteinde hard, aan het begin zacht.

lig'. 11. De Scholekster of Lieuw (llaematopus ostralegus /,.) is een zeer gewone vogel aan de kusten der Noordzee en van andere zeeën van Europa, heeft een gedrongen lichaamsvorm, een grooten kop, drieteenige pooten, een langen oranjerooden snavel en wit en zwart gevederte; vandaar haar naam. Haar voedsel, dat uit weekdieren en wormen bestaat, zoekt zij onder steenen, die zij daartoe omkeert.

H<;. 12. De ïvievit (Vanellus cristatus M.) is een zeer bekende vogel,

met een zwart kuifje op den kop, en een metaalglanzende bovenzijde. Men

herkent hem gemakkelijk aan zijn eigenaardige, telkens zwenkende vlucht en

zijn geioep, waai bij hij zijn eigen naam noemt. Zijn eieren vormen voor velen een lekkernij.

I X\ III9 I"i&. 1. De (xoudpluvier {Gliuvctdvius pluvialis L.) bewoont de moerassige vlakten van het noordelijk deel der oude wereld. Bij ons hooren wij dikwijls haar eigenaardig geroep: „tluf'. Een verwante soort is de M o i i n e 1 p 1 u v i e r {Charadrias wiovmicIIuh />.), die thuis behoort in liooge bergstreken en in de liooge toendra, en in onze duinen en heivelden geregeld te zien is van Augustus tot October en van April tot Mei.

I'i^. 2. De Zand pluvier (Aegialtes fluviatilis B.) broedt bij voorkeur aan de kanten onzer binnenwateren.

Familie III. Chionididae, IJslioenders.

ken merkwaardige vogelgroep met grootendeels harden snavel, waarvan de neusgaten door een schubje bedekt zijn, en met een wit veerenkleed. De weinige soorten bewonen de Falklands- en Kcrguelen-eilanden.

Sluiten