Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE OUDK:

Gruiformes, Kraanvogels.

Grootendeels moerasvogels met groote, aan de basis zachten en aan den top harden snavel, vierteenige pooten en loopbeenderen van middelmatige lengte. De jongen zijn meestal nestvluchters. Door de familie der Trappen zijn deze vogels met de vorige orde verbonden; in andere opzichten vertoonen zij in uitwendig voorkomen en levenswijze weer veel aanrakingspunten met Hoenderachtigen, wat ook uit sommige hunner namen blijkt.

Familie I. Rallidae, Ralvogels.

Moeiasvogels met lange pooten, kleinen kop, korte, afgeronde vleugels; deze familie is een overal levende, zeer oorspronkelijke en oude groep van vogels, van welke reeds in de oudste tertiaire lagen fossielen gevonden zijn. Op verschillende eilanden leven slecht vliegende Rallen of vormen, bij welke vleugels en beenderen van borstkas weinig ontwikkeld zijn, o. a. op Tristan d'Acunha het Waterhoentje van Tristan d'Acunha. Ook hier dus weer, gelijk bij Dodo, Kiwi, Moa enz., een samengaan van een gering vliegvermogen en het leven op een eiland.

Do inhoemsche sooiten leven in hoofdzaak in moerassige streken, voeden zich met zaden en kleine dieren en zijn, hoewel ze geen beste vliegers zijn, toch trekvogels. Door een bevederd voorhoofd zijn de echte Rallen onderscheiden van de Waterhoenders, die een naakt voorhoofd hebben. Dooreen snavel, die langer is dan de kop en aan dien van een Snip herinnert, door een bruine, zwartgevlekte bovenzijde en grijze, hier en daar wit- en zwartgestreopte onderzijde, herkent men

(> den \\ at er ral (Rallu s* aquaticus L.), een bij ons niet zeldzame vogel.

Een meer verborgen leven leiden de Moerasrallen (Porsana), die kleiner maar gelijk gekleurd zijn als onze Waterral. Het Porcelein hoentje (.Porsana marmorata L.) vertoont lichte vlekjes of punten aan hals en achterste deel van het lichaam en heeft groenachtige pooten; het komt hij ons wel voor van April tot September of October.

Het Kleine Waterhoentje (Porsana pusilla Cr.), bij ons veel zeldzamer, heeft weinig witte vlekjes aan de bovenzijde en groene pooten. Het Kleinste Waterhoentje (Porsana pygmaea N.), bij ons ook vrij zeldzaam, is sterk gevlekt aan de bovenzijde <'it heeft vleeschklenrige of roodachtig-grijze pooten.

Fi^. 7. De K w artelkoning of Spriet (Cr ex pratensis B.) met een snavel iets korter dan de kop en met zwarte en gele strepen aan de zijden, woont op weilanden en graanvelden en geeft door een eigenaardig geroep, dat men tot laat in den nacht en 's morgens vroeg waarnemen kan, blijk van zyn aanwezigheid, als hij in Mei is aangekomen.

Sluiten