Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Familie I. Gallidae, Fazantvogels.

Deze groep vertoont een zeer groot verschil in beide geslachten (geslachtsdimorphisme); bovendien hebben de mannetjes dikwijls verschillend gevormde, naakte vlekken en uitwassen aan den kop.

Plaat XIX, Fig. 1. Het Bankiva-hoen (Ga/lus Bankiva T.) schijnt de stamvorm van verschillende huishoenderrassen te zijn. De oorspronkelijke kleur vinden wij dikwijls terug bij onze Boerenkippen en bij de Leghorns. Nauw verwant zijn de van de Kaspische zee en van West-Azië komende

Hg. 2 Gewone Fazanten (Phasianus colchicus L.), die sedert de tijden der Romeinen in Midden-Europa inheemsch zijn, of als volkomen wilde standvogels (Oostenrijk en omgeving), of als in 't wild levende, maar beschermde en in den winter gevoed wordende vogels, gelijk bij ons geschiedt.

Hg. 3. De Zilverfazant (Gallophasis [Euplocomus] vycthemerus G.) kan evenmin bij ons leven wegens het klimaat, maar zou bovendien een zwaren strijd om het bestaan te voeren hebben door zijn in ?t oogvallend gevederte en de vechtlust der mannetjes onderling. In volières vindt men naast dezen vogel ook dikwijls

Fig. 4a en b den Goudfazant {Phasianus pictus X.), en in den laatsten tijd ook

Fig. 5 den Diamantfazant (Phasianus Amherstiae L.) uit China en Oost-rlibet. Fig. toont ons zeer duidelijk het boven besproken geslachtsdimorphismus.

Verder ziet men in dierentuinen, vooral in den laatsten tijd dikwijls, den in den Himalaya levendenden buitengewoon prachtigen

Plaat XX, Fig. 1 Glans fazant {Lophophorus impeyanus V.) en het

Fig. 2 Saterhoen (Ceriornis satyra S.). De laatste vogel, die ook liet Himalaya-gebergte bewoont, heeft witte, zwartgerande vlekken op karmijnrooden grond en op den kop blauwe veeren, die opgericht kunnen worden. Een sieraad van den hoenderhof is

Fig. 8 de Pauw (Pavo cristatus L.), die door Alexander den Groote uit Indië het eerst naar Europa gebracht is, naar men zegt. In Iridië en Ceylon bewoont hij de rietvelden en bergbosschen. Sedert korten tijd vinden wij in onze dierentuinen nu ook meer en meer den van Sumatra en Malakka afkomstigen

Fig. 4 Argus (Argus giganteus T.), gekenmerkt door buitengewoon lange, gevlekte slagpennen der vleugels.

Daarentegen behooren tot de fauna van Afrika en Madagascar de Parelhoenders, die als siervogels en ook om hun vleesch reeds ten tijde der Griekenen Romeinen in Europa bekend waren.

Fig. 5. Het Parelhoen of de Poulepintade (Numida meleagris L.) stamt waarschijnlijk van liet K u ifparel ho e n (Numida cristata P.) af. De fraaiste soort is het in Oost-Afrika levende Gierparelhoen (Numida vulturina 11.). dat door lancetvormige, overlangs wit- en blauwgestreepte halsveeren en door zeer verlengde middelste staartveeren zich onderscheidt.

Sluiten