Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haak eindigende, bezitten, een grooten kop en scherpe klauwen en die zich met aas voeden; levende dieren kunnen zij niet vangen en vasthouden Zij bewonen de Oude Wereld, en vervullen daar, b. v. in Noord-Afnka, gewichtige diensten door het opruimen der lijken van allerlei dieren. Hun scherp gezicht doet hen reeds op grooten afstand hun prooi bemeiken.

Twee soorten:

Fig. 2 de Wit kop pi ge Gier (Vultur fulvus G.) en de Grauwe ot Monniksgier {Vultur monachus L.) bewonen Afrika en de kusten der Middellandsche zee en dwalen soms ver naar noordelijke streken af. Dat doet ook

Fig. 3 de Aasgier (Neophron percnopterus G.), die een zeer gewone \«*rschijning is in de streken van Noord-Afrika en langs de karavanenwegen.

Familie IV. Cathartidae, (Heren der Meiure Wereld.

Zij hebben een langen, aan het einde der washuid ingesnoerden snavel, bewonen de Nieuwe Wereld en voeden zich, gelijk de vorige, met aas.

In het hooggebergte van Zuid-Amerika is inheemse,h

Fig. 4 de Condor (Sarcorhamphus gnjplms L. G.), die de vogel is met de grootste vlucht n.1. 2«/, tot 3 M. bij een lichaamslengte van 1 M. Hij kan met 't vliegen enorme hoogten bereiken, meer dan <000 M.

Kleinere soorten, die op het voorhoofd geen vleezigen kam hebben, zijn: de Cathartes a urn I. en de Cathnrtes atratus B., do kalkoengier en de / vv arte

(t i e r of A a s k v a a ï.

Familie V. Gypogeranidae, Kraangieren.

Van alle overige roofvogels onderscheiden zij zich door lange pooten en door teenen, niet ingericht om er mee te grijpen, maar om er op te loopen.

De eenige soort, die Midden- en Zuid-Afrika bewoont, is

Fig. 5 de Secretarisvogel (Gypogeranus serpentarius I.).

KLFDK (HU)K:

Anseriformes, Gansachtigen

(LAMBLLIROSTRES, Zeefsnaveligen).

Groote of middelmatig groote Zwemvogels, die een snavel hebben met weeken rand, waaraan in dwarse richting hoornplaatjes bevestigd zijn, die als zeef werken. Meestal zijn zij goede vliegers, slechts een aan Kaap Hoorn levende soort (Camptolaemus tinereus) heeft het vliegvermogen verloren en roeit met de vleugels. Ganzen en Zwanen voeden zich met plantenkost, veel Eenden en Zaagbokken eten uitsluitend visch. De jongen zijn nestvluditeis.

Sluiten