Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Familie I. Cygnidae, Zwanen.

Groote zwemvogels niet een snavel, die aan den wortel hooger dan breed is en naar voren niet smaller toeloopt. De hals is zeer lang, bet lichaam langgerekt, terwijl de krachtige, korte pooten ver naar achteren staan. Zij bewonen de zoete wateren en moerassen en leven in gematigde en koude streken.

Plaat XXVI, Fig. 1. De Tamme Zwaan (Cygnus olor L.) heeft een geel rooden snavel met zwarte knobbels aan het begin. In Noord-Europa en NoordAzië is hij inheemsch en wordt bij ons veel gezien; de Wilde Zwanen, die ons iederen winter bezoeken, zijn van de Tamme niet te onderscheiden.

Fig. 2. De Wilde Zwaan (Cygnus musicus B.) heeft geen knobbels aan den snavel, waarvan het uiteinde zwart en het begin geel is. Het geluid, dat dit dier doet hooren op den trek, is, volgens veel waarnemers, welluidend, verklinkend, herinnerend aan klokgelui; mededeelingen omtrent een „zwanenzang" zijn onjuist.

Een Zuid-Amerikaansche soort, de Zwartlialszwaan (Cygnus vigricoUis G.). met wit gevederte, zwarten kop en hals en bloedroods knobbels aan den snavel, en een Australische soort, de Zwarte Zwaan (Cygnus atratus L.), worden dikwijls in dierentuinen gezien.

Familie II. Anseridae, Ganzen.

Middelmatig groote toi groote zwemvogels met naar voren versmalden snavel, die aan den wortel hooger is dan breed. Het zijn gezellig levende? uiterst voorzichtige en waakzame vogels, die goed kunnen vliegen, zwemmen en duiken. De meeste voeden zich met gras, bladen, zaden en ander plantenvoedsel, dat zij door slobberen in liet water zoeken. De stamvorm van ons huisdier is de in het noorden van Europa en ook in ons land broedende

Fig1. 3 Wilde Gans {Anser ferus N.), die een oranjegelen snavel en korte, niet over den staart reikende vleugels heeft. Evenals deze zien wij ook in den bekenden Y-vorm in voor- en najaar over ons land trekken

Fig. 4 de Riet gans (Anser segeturn B.) uit het hooge noorden. Zij heeft een zwarten, in het midden oranjegelen snavel, en lange vleugels, die buiten den staart uitsteken. Zij veroorzaakt soms veel nadeel op graanvelden.

Uit de broedplaatsen in het hooge noorden komen jaarlijks talrijke vluchten naar de vlakke kusten van Noord- en Oostzee van

Fig. 5 de Rotgans (Bernicla brenta <S.), die zich, behalve met gras en zeeplanten, ook met mossels en andere zeedieren voedt, tengevolge waarvan haar vleesch veel minder smakelijk is dan dat van vorige soorten.

Familie III. Tadornidae, Bergeenden.

Tusschen Ganzen en Eenden staan zij in; de bekendste soort,

Fig. (> de Hol ene end (Tadorna vulpanser F.), bewoont Noord-Europa en Noord-Azië en is geen ongewone verschijning op de Noordzee-eilanden, waar zij o. a. in holen van Konijnen haar nest bouwt en door den bewoner ervan niet wordt verjaagd.

Sluiten