Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedroegen, hadden voor een deel groote, dwarse uitsteeksels, en vormden een korten, breeden staart, aan dien van een Bever herinnerende (zie Fig. 3). welke gebruikt werd als roeiriem. De meest bekende soort is de ongeveer 1 M. hooge

Fig. Hespi roniix regalis M.

Fossiele onderklasse:

Arehaeornithes of Saururae, l/af/edisvogels.

In het lithographische kalkgesteente van Solenhofen werden in 1861 en 1877 fossiele skeletten van twee exemplaren van een reptielachtigen vogel gevonden, nu bewaard in musea van Londen en Berlijn. Deze vogel

Fijjf. 4 Archaeopteryx litho gr ap h i c a v. M. wijkt in tal van bijzonderheden van de nu levende vogels af en toont veel overeenkomst met Reptielen. De kop is een vogelschedel, maar met tanden in de kaken; de wervels zijn als bij de Vischvogels amphicoel (van voren en van achteren hol), de ribben hebben aan het ruggedeelte geen dwarsuitsteeksels, de staart telt niet minder dan 20 lange, vrije wervels. Aan een vogel herinneren ons evenwel de sleutelbeenderen, die het vorkbeen vormen, de aanwezigheid van slechts drie vingers en zeer groote slag- en stuurpennen. Uit de overgebleven indruksels schijnt te mogen worden afgeleid, dat het geheele lichaam bekleed is geweest met veeren.

Sluiten