Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viel de instandhouding van het nog aanwezige der Friesche volkstaal.

De hernieuwde liefde voor de Friesche taal- en letterkunde, opgewekt door het in 1823 te Bolsward met veel succes gevierde Gysbert Japiksfeest gaf aan het jeugdige Genootschap niet weinig steun. Toch gingen de mannen van de taalbeweging slechts tot 1844 met het Genootschap mede, in welke periode er zelfs een Friesch Jierboeckjen werd uitgegeven, voornamelijk om het Friesch bij de stedelingen te doen herleven. De taalbeweging wilde echter niet wortelen in de steden, moest haar voornaamste kracht vinden bij het Friesch sprekende platteland; terwijl de meer wetenschappelijke doeleinden van het Friesch Genootschap juist bovenal in de steden hunne bevorderaars vonden. Zoo werd dan in 1844 opgericht een zelfstandig Selskip foar Fryske Tael-en Schriftenkennisse, dat zich vooral in den huidigen tijd mag verheugen in de algemeene sympathie der Friesch sprekende Friezen, zoowel in als buiten Friesland en bleef voortaan de geschiedenis en oudheidkunde het hoofddoel voor het oudste Friesche Genootschap. Van hetgeen dit Genootschap deed voor de geschiedenis van Friesland spreekt de eerbiedwaardige reeks der uitgegeven werken, waarover hier niet nader uitgeweid kan worden. Meerdere aandacht vraagt echter de oudheidkundige afdeeling.

De oudheid- Het eerste jaarverslag (1828) kon vermelden dat de tweede kundige afdee- afdeeling van het Genootschap een aanvang gemaakt had F^Gen het me^ ^et vervaardigen van eenen catalogus van nog in het gewest aanwezig zijnde Friesche oudheden. Reeds 108 voorwerpen van ouderen en lateren tijd als steenen, penningen, oude schilderijen enz. staan daarin opgeteekend. In hetzelfde verslag zien wij onder de „onderwerpen ter opzettelijke behandeling voorgesteld", door Mr. de Crane gewezen op de wenschelijkheid volledige berichten in te zamelen betreffende de Molkwerumer en Hindelooper eigenaardigheden, een onderwerp dat steeds daarna de warme belangstelling van het Genootschap heeft getrokken, wat o. a., jaren later, leidde tot de inrichting der Hindelooper kamers.

Een voorstel van Mr. A. Deketh (1833) strekkende tot het nemen van maatregelen ter bewaring van Friesche, of tot

Sluiten