Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog Friezen voorkomen in de Romeinsche legers, doch is het niet na te gaan of die Friezen uit onze provincie afkomstig waren.

A. Vroeg Romeinsche vondsten uit de terp bij Brugge-

buren te Winsum.

In de jaren 1887—90 werden in genoemde, zeer groote terp ten Zuidwesten van Leeuwarden, met andere gewone terp-oudheden een aantal Romeinsche voorwerpen ontgraven, die geheel overeenkomen met die welke karakteristiek zijn voor de van 11 vóór tot 17 na Christus bestaan hebbende Romeinsche legerplaats bij Haltern aan de Lippe in Westphalen, die met voorbeeldige zorg door de Duitsclie archaeologen ontgraven is. In het iets latere kamp bij Hofheim in den Taunus (+ 40—60 n. C.) kwamen onderscheidene typen van Haltern niet meer voor of ontbraken op een enkele onbeduidende uitzondering na. De vondsten van Winsum zijn dus van frappante historische beteekenis, zij zijn ouder dan het jaar 40 n. C. en kunnen in Friesland zelfs ouder gesteld worden dan het jaar van den Frieschen opstand: 28 n. C., daar vanaf dat jaar tot den komst van Corbulo in 47 n. C. de Friezen uit den aard der zaak geheel vrij van Romeinsche bezettingen waren. Het karakter der vondsten wijst niet op handelswaar. Zij behooren tot een categorie die door een der eerste Deutsche archaeologen ) genoemd worden „untrügliclie Zeugen fftr das Vorhanden sein einer Römische Anlage". Genoemde vondsten bewijzen dus niet alleen dat de terpen stellig reeds vóór 28 n. C. bestonden, maar tevens geven zij recht om de berichten der Romeinsche schrijvers over de onderwerping der friezen aan Drusus, hun opstand enz. ook op onze provincie van toepassing te verklaren, een zaak van belang, waar nog dezer dagen gelijk wij zagen, van archaeologische zijde, de aanvang der terpbeschaving op omstreeks het jaar 100 na Chr. gesteld werd, zij het dan ook in strijd met de tot dusverre bestaande communis opinio. Nu het belang der Winsumer vondsten eerst werd ingezien toen deze reeds lang met andere en latere daar gevonden oudheden in het museum opgeborgen waren, is alleen van diè voorwerpen welke op zich zelf karakteristiek zijn voor den zeer vroegen tijd, na te gaan dat zij tot de nederzetting behoorden. Van minder karakteristieke typen laat zich zulks slechts vermoeden. Een vondst van elf munten (denariën) der keizers Domitianus tot en met Trebonianus (85-253), in deze zelfde terp") in vroegere jaren gevonden, heeft met de oude nederzetting natuurlijk niets te maken. Wij laten hier volgen de typen die stellig van vóór 28 n. C. dateeren.

Onversierde scherf van terra-sigillata met stempel van den Augusteischen pottebakker Gnaeus Ateius. Een geheel gelijk gevormd stempel, gevonden te Haltern, is afgebeeld Haltern II, Taf. XXVIII no. 35.

Bijna de helft der te Haltern gevonden stempels is van deze fabriek afkomstig.

Halzen van amphorae en slanke kruiken met

Ritterling in: Haltern II, S. 108.

a) Verslag 1863—64 blz. 109—111.

Sluiten