Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch van koper. Gevonden in de terp te Spannum, ongeveer 4 meter onder de kruin. Inv. no. 1101.

De voorafgaande ringen zijn in 1904 gefotografeerd door Dr. Henkel te Worms, die bezig is niet eene studie over romeinsche vingerringen.

221—222. Mantelspelden (fibulae) van brons.

Het achterstuk van den beugel loopt waaiervormig uit en is door eene verdikking van den spitsen voet gescheiden. Almgren no. 9 en Mr. Boeles, Friesche terpen no. 7 en 8. Twee stuks.

Het museum te Groningen bezit drie exemplaren uit Groninger wierden. 1 it Weert kwamen dergelijke fibulae met zoogenaamde Gallo-Gerniaansche urnen in liet Leidsche museum, catalogus blz. 39 110. 143. Ook zijn er eenige te Vechten gevonden (catalog. Leiden blz. 197 110. 712 v.v. '), waaruit is af te leiden dat deze door Ahngren nog tot de Tène III fibulae gerekende vorm tot in den vroeg-ronieinschen tijd in zwang bleef. De volgende nummers hebben, gelijk wij vroeger aantoonden, zich uit dezen vorm ontwikkeld. Dat de komst der Romeinen de barbaarsche industiieën niet geheel vernietigde mag waarschijnlijk uit deze vormontwikkeling afgeleid worden.

223 227. Gelijk de vorige soort doch met veel breederen achterbeugel en spitseren voet (Boeles nos. 9 en 10). Vijf stuks uit verschillende terpen, terwijl een zesde zich in particulier bezit bevindt.

Deze soort die ons uit het buitenland niet bekend is en in Nederland buiten de genoemde Friesche stukken slechts uit Vechten (meerdere exemplaren) en ^Nijmegen (twee a drie), kan als eene vroeg-Romeinsche provinciale fibula beschouwd worden.

228—237. Eenvoudige, zoogenaamde „Drahtfibel" (Almgren no. 15).

Provinciaal-rotneinsch. Tien exemplaren. Eerste en tweede eeuw n. C. Mr. Boeles t. a. p. fig. 11.

238—242. Zoogenaamde „Augenfibel" (Almgren nos. 45—48). Provinciaal-iomeinsch. Vijf stuks, waaronder één met open oogjes (Almgren no. 45). Mr. Boeles t. a. p. fig. 12. Eerste eeuw n. C.

243—245. Alsvoren, zonder oogen, met eenvoudige „Sehnenhaken" en gepai elde lijsten op den beugel. Drie stuks, 11.1. uit de terp te Beetgum (46# no. 547) lang 5.2 cM.; uit de terp te Hoogebeintum (28 no. 87), lang 4.8 cM. en uit de terp te Teerns (16t/ no. 42), lang 4.5 cM. Komen geheel overeen met exemplaren te Hofheim i. T. gevonden (40—60 n. C.). Zie Nassauer Annalen 1904 S. 42, Abb. 9, o. a. no. 15965.

246. Scharnierfibula van geel koper. Bizonder vorm. Terp Huizum

') I)e Leidsche catalogus vereenigt hier onder de nos. 712 —721 zoowel de smalle als de breedere vormen, die er zich uit ontwikkeld hebben.

Sluiten