Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. Germaansche lijfsieraden.

A. Niet van goud of zilver.

Mantelspelden (fibulae) 100—400 n. C.

De hierboven (nos. 221—245) beschreven romeinsche mantelspelden kunnen zoowel door de romeinen zelf als door de germanen gedragen zijn, in de eerste eeuwen onzer jaartelling. De volgende typen komen in de romeinsche provinciën minder voor.

256. Met knievormig omgebogen beugel, „Sehnenhaken" en lange spiraalrol waarvan de eene helft, met 7 windingen, bewaard bleef. De beugel is 2.8 cM. lang. Type bijna als Almgren no. 138. Deze soort komt voornamelijk in de Elbestreken voor, vooral in het bekende grafveld te Darzau. Omstreeks tweede eeuw n. C. Uit de terp te Blija (28b no. 234). Eenig exemplaar, van brons.

257. Bronzen mantelspeld met breeden korten beugel, twee oogen en aangeklonken spiraalrol. Eenig exempl. Terp Hijum (25 no. 112). Lang 3.7 cM.

258. Alsvoren zonder oogen, van boven gezien ongeveer als Almgren no. 41. Eenig exempl. Terp Hiaure (32no.46). Lang3.7 cM.

259. Bronzen mantelspeld met breeden voet en „umgelegter Sehne",

ongeveer als Almgren no. 14. Lang 3.4 cM. Uit de terp besseburen bij Beetgum (46a no. 798). Eenig exempl.

268. + 5—6 Eeuw. Saksisc h-f riesche mantelspelden van brons (gietwerk). De voet eindigt in een gestileerden dierkop, terwijl het andere einde bestaat uit een rechthoekig plaatje met één tot drie knoppen, Zij komen in vele terpen voor (zie Boeles, De Friesche Terpen, blz. 17, afb. nos. 25—27 en Bernhard Salin, Die Alt-Germanische Tierornamentiek S. 68 v.v.). Deze Noord-Germaansche mantelspelden hebben eene merkwaardige geografische verspreiding, die in hoofdzaak overeenkomt met die der hieronder te bespreken Saksische urnen. Het type is ontstaan in SchleswijkHolstein en wordt naar de vindplaats der proto-typen uit de 4e eeuw, n.1. Nydam, dikwijls het Nydam-type genoemd. Onze exemplaren behooren tot het jongere Nydam-type. Twaalf stuks, waarvan in dit vak negen exempl.

269. Merovingische tijd. Mantelspeld van brons, met half cirkelvormig bovenstuk, waaraan vijf stervormig uitstekende punten. Brons, lang 5.8 cM. Eenig exemplaar uit een terp te Hallum.

Sluiten