Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in liet depot. Lapjes van soortgelijke stof komen in verschillende terpen voor.

361. Handschoen (want), zeer ruw gebreid van dikke wollen draden. Gevonden met het vorige nummer. Inv. 33 no. 374.

362. Schoen uit één stuk leder vervaardigd, met open lussen, waardoor een lederen veter loopt. Zie een dito bij Pleyte, Drenthe pl. XXIII. Navolging van de Romeinsche schoenen, die meer opengewerkt waren. Terp Hallum. Inv. 21aa no. 43.

363—402. Spinsteentjes van verschillend model. Zij dienden om de weefspillen, die er doorheen gestoken werden, draaiende te houden (vliegwiel). Komen overal voor en reeds vroeg. In Troje werden te zamen, door alle lagen heen, ongeveer 8000 stuks gevonden.

403. Naalden van been uit diverse terpen.

404. E 1 s van ijzer met beenen heft, aardig versierd met lijn-en cirkelornament. Terp Dronrijp. Inv. 49 no. 16.

405. St e m p e 1 van hertshoorn voor een ornament bestaande uit een kruis met in iederen hoek een bolletje.

406. Alsvoren : twee concentrische cirkeltjes omgeven door een krans van stippen.

407. Alsvoren : ruitfiguur.

408. Beker van groenachtig glas. Door de lompere factuur onderscheidt het zich als Germaansch product van het fijnere Romeinsche glas. Terp Pingjum, afgeb. bij Pleyte, Friesland pl. XIV no. 6.

409. Alsvoren, ander model. Terp Makkum. Inv. 83c no. 30.

410. Schaatsen van been, zooals er vele exemplaren, soms twee bij elkaar, uit de terpen voor den dag kwamen. Meestal zijn zij vervaardigd van het pijpbeen van runderen. Nog heden worden geheel gelijke schaatsen in IJsland gebruikt. Zie Internationales Archiv. f. Ethnographie, 1898 S. 88. Analoog gebruikt zijn enkele beenderen met vertikale openingen, die vermoedelijk onder sleden bevestigd werden. Al deze voorwerpen wijzen op een bewoning der terpen ook of vooral in den wintertijd.

411. Tweepuntige priemen van been en hout o. a. van taxushout (Taxus Baccata L.). Het eigenlijke doel dezer veel voorkomende dingen is niet met zekerheid bekend.

Sluiten